Grizzly Bear

Je hebt van die mensen die helemaal uit hun dak gaan van de zee. Ze staan ’s zomers urenlang met hun auto in de file om maar een glimp van de zee op te kunnen vangen. Ik heb me nooit met het zee-type kunnen vereenzelvigen. Misschien maar goed ook, want ik woonde tot voor kort in Arnhem. Veel bos enzo.

Toen ik me eenmaal in Haarlem had geïnstalleerd, vond ik het tijd om de zee te checken. Mijn associaties met de zee gaan niet verder dan vies olieachitg schuim en kwallen (Ameland). Maar ik moet toegeven, na een dag hard werken is een fietstochtje naar Bloemendaal aan Zee niet te versmaden. Ik deed dit tijdens de zomermaanden dan ook geregeld. Bij voorkeur als de dagjesmensen op huis aangingen, of afwezig waren.

Ik kreeg de plaat ‘Veckatimest’ van Grizzly Bear op mijn verjaardag. De periode die daarop volgde smolten de plaat en mijn tochtjes naar het strand samen. Met mijn voeten in het water en mijn hoofd in de wind borrelden de liedjes van Grizzly Bear naar boven. Je kent het misschien wel; je luistert naar een cd, en vervolgens komen de nummers op vrij ongerelateerde momenten onverwacht naar boven. Soms moet je zelfs even nadenken wat het nu precies is wat je in je hoofd aan het beluisteren bent. Op zo’n moment zit een plaat in je systeem en weet je dat je die muziek blijkbaar geweldig vindt.

In het boek ‘Kafka on the Shore’ van Haruki Murakami trekt Kafka, de hoofdpersoon door een onbegaanbaar, duister bos. Hij heeft een liedje in zijn hoofd, dat een soort ritme wordt en samenvalt met de trek door het woud. Bepaalde passages van het lied herhalen zich in zijn geest, koortsachtig.

Koorts doet rare dingen met je. Ik heb eens, half grieperig, een muur staan witten. Dat ik een nummer van Alicia Keys in m’n hoofd onverbiddelijk op repeat had staan maakte mijn toestand er niet beter op.

Nee, dan Grizzly Bear. De wandelingen, de overdenkingen, de rijen strandhuisjes, het gebleekte zand. Ik merkte dat ik blij was om de zee te zien, zo aan het eind van de dag. Slippers uit en rennen maar.

Voor mij klinken de nummers op Veckatimest als popliedjes. Met een rare tangent erin, dat wel. Grizzly Bear wordt door deze en gene in één adem genoemd met de Beach Boys. Ik ben geneigd te zeggen dat de Beach Boys veel ‘amerikaanser’ klinken dan Grizzly Bear, alhoewel laatstgenoemden uit Brooklyn afkomstig zijn. Ik zou, als amerikanofiel, die connectie graag willen leggen, maar in mijn beleving klinken de liedjes van Grizzly Bear veel meer als een wind die alle kanten tegelijk opgaat. Ik weet alleen het Friese woord voor dit fenomeen; twirre. Dat je op straat om de hoek van een gebouw loopt en ineens waait je haar recht omhoog, links, rechts, alles in één keer. De liedjes zijn laagjes, hard en zacht over elkaar heen gelegd, met hier en daar crescendo’s.  Galmend. Stuwend.

Vorige week stonden ze in de grote zaal van de Melkweg. Uitverkocht. Door de belichting leek het zo nu en dan alsof de mannen onder water speelden. De flesjes, met daarin lichtjes, die bij wijze van sfeermaker aan stellages waren gehangen, deden me denken aan flessenpost. Aangespoelde dingen. Ze brachten één van mijn favoriete nummers ten gehore; Fine for Now.

If we’re all faltering, how’d I help with that?
If it’s all or nothing, then let me go.

If it’s all or nothing, then let me go.

Ontroerend mooi.

Het was een geweldige show.

Leave a Reply