Inauguratie Obama
Barack Obama. Cultureel gezien de JFK van onze tijd. Een persoon op wie het ‘waar was jij toen’ toepasbaar is, net zoals bij JFK en John Lennon (zij het dat het bij Obama een opkomst betreft en niet een ondergang, zoals bij de laatste twee).
TRIK, Bas van der Schot en ik hadden het idee opgevat om de inauguratie van Obama te verslaan. We vonden dit een gebeurtenis die iedereen aangaat. Dus ook ons, als tekenaars. TRIK en Schot vonden de trip meer dan relevant door hun achtergrond als politiek cartoonisten. Mijn fascinatie voor Noord Amerika in sociaal, politiek en cultureel opzicht verplichtte me om hieraan deel te nemen.
Nou. Ik was erbij, die middag, in Washington D.C. ’s Nachts waren we om 00.30 u vertrokken uit New York City, dus dat was een aardige roadtrip.
Onze Newyorkse vriendin Adrienne had vrij genomen van haar werk toen ze hoorde dat wij van plan waren om naar de inauguratie te gaan. Ze wilde er zelf ook eigenlijk wel bij zijn en dus konden wij met haar meerijden.
Rond 4.00 stopten we bij een toiletgelegenheid langs de weg. Het was er druk; mede-inauguratiegangers. Toilet- en servicegewijs ben ik altijd onder de indruk van Duitsland, maar de Amerikanen hebben het zo mogelijk nog beter voor elkaar. Veel toilethokken, warm en koud water, zeep, verwarming, de hele flikkerse boel. Kunnen we in Nederland nog een puntje aan zuigen, dunkt me.
De tocht naar de plaats van bestemming kreeg een waar pelgrimskarakter. Na veel omrijden (want door een state trooper geïnformeerd over afgesloten wegen naar Washington) arriveerden we om 6.00 in een klein dorpje alwaar Adrienne’s neef woonde. Hij was zo aardig geweest om ons metrotickets voor te schieten. Ze lagen onder de deurmat.
Na een halfuur lopen kwamen we bij het metrostation. Toen pas zagen we hoe handig het was om al kaartjes te hebben; de rij per kaartautomaat bedroeg gemiddeld 80 mensen.
Twee metro’s passeerden, beiden bomvol. We namen de derde, die ook binnen no time propvol was. De stemming zat er meteen goed in. Ondanks het gedrang behield iedereen zijn goede humeur. We werden bijna gelauwerd omdat we ‘helemaal uit Nederland’ kwamen om de inauguratie bji te wonen. Er hing een positief geladen atmosfeer die ik niet goed kan beschrijven; iedereen wist dat ze op weg waren naar een gebeurtenis die in de geschiedenis opgenomen zou worden. Een overweldigend gemeenschapsgevoel, waarbij men zich er tegelijkertijd terdege van bewust was dat hier iets stond te gebeuren dat veel groter was dan de som der delen. Men voelde dat men ertoe deed, als volk, en tegelijkertijd nietig.
Rond achten liepen we vanuit het metrostation naar de Mall. Het was geweldig om die enorme mensenmenigte te zien waartussen we ons voortbewogen. Langs de weg probeerde deze en gene Obama-waar te verkopen, als de entrepreneurs die Amerikanen zijn (Barack To The Future buttons, een Obama shirt met rugnummer 44).
Bij het Washington Monument zochten we een plaats. En toen was het wachten. Iedereen had een sticker gekregen waarop je je naam en land kon invullen, als conversatie starter. En dat werkte. We raakten aan de praat met mensen uit Californië, Pennsylvania, Nevada, New York. Eenieder die aanwezig was had op een of andere manier vrijwilligerswerk gedaan voor de Obama-campagne, leek het wel.
De grote namen maakten indruk; Colin Powell (zo te horen heeft hij nog steeds veel krediet bij de Amerikanen), George Lucas (!), Ted Kennedy. Toen George Bush Sr. verscheen (wij volgden alles op een groot scherm) werd het ongemakkeijk stil rondom. Niemand zei iets.
Dubya werd uitgejoeld. Het was oorverdovend.
Er hebben ontelbaar veel mensen erg hard gewerkt voor de verkiezingscampagne van Obama. Als Nederlander is dat moeilijk voor te stellen. Niemand loopt op die manier warm voor Balkenende. Dat is natuurlijk ook appels met peren vergelijken. Maar op die knetterkoude maar zonnige middag in Washington werd ik me gewaar van eenheid onder de bezoekers. Men was geëmotioneerd, trots. Het was een indrukwekkend schouwspel.
Na de inauguratie liepen we over de Mall. We bekeken de monumenten (Lincoln), en dronken waterige chocolademelk. Het maakte me niet uit. Ik had dorst. Ik had die dag niks gedronken, want naar de wc gaan in een meute van 2 miljoen mensen garandeert het onmogelijk terugvinden van je kompanen.
Adrienne’s neef haalde ons op vanaf het metrostation alwaar we ’s ochtends waren opgestapt. We gingen nog even bij hem op visite. Aaf Brandt Corstius heeft eens in een van haar columns geschreven dat als je op vakantie gaat, je je dagelijke leven achter je laat, om vervolgens in het buitenland het dagelijkse leven zoveel mogelijk te imiteren (vooral niet de ‘onnozele’ toerist uithangen). Dat klinkt pedant. En dat is het in bepaalde opzichten ook. Maar zo doe ik het graag. Op zo’n avond vang je een glimp op van het dagelijkse leven van een Noordamerikaans gezin. Houten huis, veranda, hond, kat. De economische malaise en wat de invloed daarvan is op gewone mensen. Dat krijg je zomaar, firsthand in de schoot geworpen. Een slice of Americana.
De tocht terug was lang en vermoeiend. Het was extra druk op de weg, allemaal inauguratiebezoekers op weg naar huis. Om 1.30 u werden we door Adrienne keurig bij ons appartementencomplex afgezet. Zij moest de volgende dag gewoon weer naar haar werk (Newyorkers zijn bikkels). Ze zou wel iets later beginnen, zei ze. ‘Iets later’ betekent in New York City 8.00 u. Kan je het geloven?







