Archive for the ‘literatuur’ Category

John Gilmore

maandag, juni 14th, 2010

John Gilmore

Eindelijk heb ik doorgevoerd waarvan ik in 1998 een mentale notitie had gemaakt; een aantal boeken aanschaffen van de auteur John Gilmore.

In 1998 kwam ik in aanraking met het tijdschrift Fringe, dat ter meeneem lag op het Crossing Border Festival. Daarin stond, naast informatie over het boek van Michael Gira (ook nog niet gelezen), een interview met John Gilmore.

Ik was wel bekend met pulp romans van Elmore Leonard, maar deze John Gilmore scheen fascinerende true crime verhalen te pennen over de trashy zijde van Tinseltown en daar was ik erg benieuwd naar.

Ik vond het lastig aan informatie te komen over deze schrijver. Het enige wat ik had was dat nummer van Fringe. Internet was nog gerantsoeneerd, want de enige plek waar ik iets kon opzoeken was op de computerwerkplaats op de academie (plekje reserveren, anders vol). Omdat ik nog moest leren hoe informatie te zoeken op internet, belandde ik steevast op Amazon.com. Niet zo gek natuurlijk, maar de informatievoorziening aldaar vond ik te summier.

Gilmore is behoorlijk succesvol, dus waarschijnlijk bevond ik me gewoon aan de verkeerde kant van de oceaan, speurdersgewijs.

Een aantal weken geleden begon ik in zijn boek L.A. Despair. Nu ik terugkijk is het gek dat ik moeilijk op gang kwam in het boek, want toen ik er op een Spaans terrasje eens goed voor ging zitten kon ik het nauwelijks wegleggen. Het verhaal over het leven van pornoster John Holmes en de aan hem gekoppelde Wonderland moorden (bloediger dan de bekende Tate/ LaBianca moorden door de Manson Family, waar Gilmore overigens ook een boek aan wijdde) is gruwelijk en leest als een trein.

Het verhaal over Barbara Payton raakte me; een koppige eigenwijze vrouw die roem en rijkdom zoekt, dat vindt, en uiteindelijk letterlijk in de goot eindigt. De foto’s spreken boekdelen. Van blonde schone naar tandeloze drugsverslaafde, de afkalving is genadeloos.

payton.jpg

Ik schafte Gilmore’s bestseller, Severed, aan. Een van de meest legendarische onopgeloste moordzaken: The Black Dahlia. Wat kun je
daarover vertellen dat nog niet is gezegd? Het gegeven is een paar jaar geleden nogal inspiratieloos verfilmd, ik verwachtte iets met veel feiten en cijfers.

Had ik het even goed mis!

Het boek uit 1994 sleurt je mee in het korte leven van Elizabeth Short, de Black Dahlia. Gilmore beschrijft haar jeugd tijdens de Grote
Depressie, haar dromen en haar liefdesleven tegen de achtergrond van WOII en Pearl Harbor. Je voelt zijn affiniteit met -en kennis van- deze tijd en de kringen waarin ze verkeerde.
Ze maakte plannen hoewel ze deze nooit in iets concreets omzette. Ze had geen vaste verblijfplaats, zwevend tussen realiteit en de droom om door te breken. Die doorbraak zou er nooit van komen.

De acteur Franchot Tone, later Barbara Payton’s geliefde, schetst het beeld van een getroubleerde vrouw, die het aan eelt op de ziel leek te ontbreken. Hij was bijna bang voor haar, bekende hij. John Gilmore heeft Short zelf nog ontmoet, toen hij 11 was, enkele maanden voordat ze werd vermoord. In Severed noemt hij de persoon die naar alle waarschijnlijkheid de dader is.

Omdat Gilmore wil dat de lezer het verhaal in wordt getrokken houdt hij zich niet bezig met het optekenen van allerlei data. Op deze manier voelt het leven van de Black Dahlia ècht en niet als een chronologisch geschiedenislesje, waarbij je onbewust afstand neemt omdat het drama zich in het verleden afspeelt.

John Gilmore is scriptschrijver, acteur, regisseur, gonzo journalist. Hij schrijft op subjectieve en anekdotische wijze. Zijn verhalen staan bol van het taalgebruik van voorbije tijden,  en zijn alinea’s bezitten een dynamiek, alsof je in een cadillac met grote snelheid dwars door de volzinnen racet.

Hij was een goede vriend van James Dean (over wie hij later een boek schreef). Hij hing met Eartha Kitt en werd gerekend tot de Night Watch (een denigrerend bedoelde term, bedacht door de roddelpers), een groepje motorrijdende jonge acteurs dat Googie’s, een coffeeshop op Sunset Boulevard frequenteerde tot in de late uurtjes. Hij onderhield vriendschappen met o.a. Françoise Sagan, Brigitte Bardot, en Dennis Hopper.

Maar die glinsterende hoogtijdagen van Hollywood, toen de V.S. nog het Kanaän van de wereld scheen, zijn geteld.

Gilmore is een overlevende van die tijd, van de beat-generatie, waarin men kwistig met allerlei drugs strooide: Dennis Hopper was tijdens het maken van Easy Rider zo high dat hij vergeten was een aantal scenes te filmen. Na het feestje ter ere van het afronden van de film moest er dus toch weer op locatie geschoten worden. Gilmore bevond zich voortdurend onder mensen die de glijdende schaal van sex drugs en rock ‘n’ roll afroetsjten, zoals Janis Joplin, Jim Morrison en James Dean.

In de film Fear and Loathing in Las Vegas krijgt de film een grimmig karakter wanneer Hunter S. Thompson en zijn advocaat het hotel waarin ze verblijven vluchten. Ze belanden aan de noordkant van Vegas, waar de advocaat een serveerster tot op het bot beledigt als hij haar per briefje een zeer oneerbaar voorstel doet.

Die scène, die uitzichtloosheid en ranzigheid, daaraan moet ik denken als ik het relaas van bijvoorbeeld Barbara Payton of John Holmes lees. Het verhaal van John Holmes gaat ook over zijn ‘vriendschap’met Eddie Nash, een van de belangrijkste onderwereldfiguren van die tijd in Hollywood. Nash’ praktijken zijn ronduit duister.

Gilmore wilde eerst een compleet boek aan zowel Nash als Payton wijden, maar al die ellende vreet na verloop van tijd een gat in je ziel. Hij zag er vanaf. “Disheartening” noemt hij het zelf.

En je krijgt nogal wat voor je kiezen als je de dagboeken van Charles Schmid (Cold Blooded-The Pied Piper of Tucson) in handen krijgt en
Charlie Manson, Bobby Beausoleil en de meisjes van de Manson Family interviewt.

Al met al schetst Gilmore een fascinerend tijdsbeeld over de schaduwzijde van het leven in zowel de ‘fast lane’ als in de marge van het bestaan.

Ik begin handenwrijvend aan zijn oeuvre.

Een Oude Ray Gun (1)

zondag, februari 28th, 2010

raygun.jpg

Toen de Berlijnse Muur viel in 1989 was ik 13. Op de lagere school leerden we tot dan toe over het IJzeren Gordijn. Ik geloof niet dat ik echt doorhad wat dat inhield, ik zag alleen een stug waaierend gaasgordijn voor me, in de geest van Christo’s kunstwerken. Het klonk wel mysterieus.
Toen Tito nog leefde, was Joegoslavie een goed bezocht vakantieoord, Dat leek mij ook erg exotisch. Mijn oma, die samen met mijn opa Joegoslavië als vakantiebestemming had bezocht zei vaak tegen me dat de tijd nog wel zou komen dat ik zelf met het vliegtuig zou gaan reizen. Dat was natuurlijk een geweldig vooruitzicht.
Als ik uit logeren was bij mijn andere oma, Beppe, las ik de oude meisjesromans die daar in de kast stonden. Joop ter Heul, Herrie-Let. Hopeloos ouderwets. Een wereld waarin meisjes, als ze niet meteen een gezin stichtten na school, als typiste op een kantoor werken tot ze door een fatsoenlijke jongeman het hof werden gemaakt.
In de Gerda Omnibus, schopt Gerda het tot stewardess en daarnaast slaat ze ook nog een piloot aan de haak (ook adopteren ze een kindje uit Afrika, dat de piloot liefkozend zijn ‘koffieboontje’ noemt. Dat soort koloniale termen kunnen toch echt niet meer zou je zeggen, toch werd er een tijd terug in het dating-programma Take Me Out een gelijkwaardig staaltje ten beste gegeven. Oy Vey!)

Toen ik 13 was, kon ik me sowieso niet zoveel over de toekomst voorstellen. De plaatsen waar het allemaal scheen te gebeuren leken zo ver weg. Ik was op m’n elfde een keer naar Ahoy in Rotterdam geweest. Samen met mijn vader, die ik als een man van de wereld beschouwde, nam ik de trein naar deze metropool. We gingen met de metro naar Ahoy. Ik at mijn eerste pizza daar in een winkelcentrum.
Daarvoor was ik eens met Beppe meegegaan toen ze haar nicht in Leeuwarden bezocht, deze nicht woonde driehoog. Eén blik op het trappenhuis in de portiekflat en ik wist dat ik altijd een balkon boven een achtertuin zou verkiezen. Mijn eigen Manifest Destiny heeft daar haar wortels.

De beelden van huilende, juichende mensen op tv, toen de Muur openging; ik zag het op tv en wist dat ik naar iets keek wat ook in de daaropvolgende decennia als iets belangrijks zou worden gezien. Maar zo voelde het helemaal niet.

Vorig jaar, tijdens een hangweekend bij vriendin M bekeken we haar oude agenda’s. Blijkbaar hadden we in 1992 dezelfde agenda gehad, want ik herkende de Pall Mall reclames, het verslag van de modellenwedstrijd, en de veilig vrijen campagne. De eerste zin van de Pall Mall advertentie is, nu ik terugkijk, onbedoeld grappig: “Ik zei nog zo, linksaf!” Verdwaald in een ruig lanschap, poseert een nors kijkend stelletje in stoere kleding. Iets met een fourwheel drive en veel zand. Internet stond in de kinderschoenen en gedrukte media was nog oppermachtig. In het boek “Standing On The Shoulders Of Giants” worden de “Masters of Advertising”  (2001, Hermann Vaske) geïnterviewd waaronder George Lois en Jerry della Femina (die eens een presentatie aan een klant gaf waarbij hij deed of hij voorlas, in werkelijkheid stond hij met een leeg vel papier in handen).
Sommige advertenties uit die tijd hebben werkelijk lappen tekst voor hedendaagse begrippen.

Toen ik midden in de jaren 90 zat vond ik dat decennium ondefinieerbaar. Terugkijkend valt er genoeg te categoriseren. In 1992 was ik blij dat die belegen jaren ‘80 eindelijk voorbij waren. Ik was ervan overtuigd dat de jaren ‘90 stijlsgewijs een enorme vooruitgang zouden zijn en dat er een breuk zou worden gemaakt met alles wat 10 jaar daarvóór hip was. Mijn denkfout was dat ik dacht dat ik wist wat stijl was.

Tijdens lessen op de kunstacademie (1995) waren studenten als een gek tijdschriften aan het verknippen en plakken (laatst keek ik met vrienden de serie ‘Lipstick on your Collar’ van Dennis Potter, en toen zei iemand tijdens de kantoor-scènes: “Kijk eens naar die bureaus. Geen computers. Alleen maar papier.”). Het magazine Rails was gewild. In de trein van en naar Kampen werd de kreet “rails hoort thuis in de trein” niet gehoord.
Begin vorig jaar bezocht ik het Moma in New York, waar op dat moment een expositie van George Lois te zien was. 32 van de door hem ontworpen Esquire covers uit 1992 werden geëxposeerd. Ook de werkwijze van George Lois kwam aan bod.
Het was verfrissend om te zien hoe zijn concepten zonder nullen en enen tot stand kwam.

Bladen die we gaaf vonden waren o.a. Blvd (tot Gert Jonkers het voor gezien hield als hoofdredacteur), Interview, de gebonden Mediamatic issues met interactieve cd-roms, Fringe, en natuurlijk de Ray Gun, met als held de artdirector David Carson. Nu ik een OV  studentenkaart had, ging ik regelmatig naar Amsterdam, waar ik uren doorbracht in het American Book Centre en Athenaeum.

Ik heb nog steeds stapels Blvd’s thuis liggen. Een oude Metropolis M (Revolt!) ligt op de stapel nieuwere issues, maar wat ik bovenal koester is #71 van Ray Gun, met Chris Cornell op de cover. Als ik dat nummer doorkijk is het of ik over m’n schouder terugkijk naar de tijd waarin het blad vers van de pers was, en niet half aan gort gesneden door een fileermesje. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat dit blad oorspronkelijk niet van mij is. Het was van π, en hij en zijn fileermesje waren toentertijd onafscheidelijk. Het nummer is altijd blijven rondslingeren tot aan ons samenwonen in Arnhem aan toe. Tijdens ons uiteengaan en het hele cd-van-jou-cd-van-mij gebeuren ben ik eerlijk geweest in het verdelen. Maar ik was erg gehecht geraakt aan die Ray Gun, en ik had het idee dat het blad me meer vertelde over 1999 dan al mijn dagboeken uit die tijd ooit zouden kunnen zeggen. Dus nam ik het mee.

Interviews met bands die de melktand des tijds niet hebben doorstaan, de Silver Tab reclames met illustraties (de tekengolf was net weer aan het opkomen) de sneakers met alternatieve sluitingen. Zaterdagmiddag in kleermakerszit op de grond, schetsend, tijdschriften en boeken lezend met Sublime, Pavement, of Jane’s Addiction op de achtergrond. Een instant sentimental journey. Er kwam zoveel nieuws op m’n pad en tegelijkertijd weet ik nu hoe vreselijk naïef we toen waren.

David Carson had bij het verschijnen van # 71 de redactie van Ray Gun allang verlaten. Carson is natuurlijk enorm bekend geworden door zijn onorthodoxe layouts en gebruik van fonts. Zijn stijl van typografie suggereerde het einde van geprinte media (gezien de groeiende populariteit van internet), verschilende typefaces werden doorelkaar gegooid, zodat tekst een onontwarbare kluwen werd, waar geen touw meer aan vast te knopen was.

In de tweede helft van de jaren ’90 verspreidde internet zich snel. Ik begon Netscape sympathiek te vinden en heb nooit aan het logge en onelegante Internet Explorer kunnen wennen. Toen ik doorkreeg hoe je informatie moest zoeken was ik uren zoet. Ik zocht websites op die door magazines werden aangeprezen (o.a. baader-meinhof.com)

Op nieuwjaarsdag 2010 keek ik ’s middags een film “A Chance of Snow”, die, erg genoeg, op imdb.com nog een 5,9 scoort ook. Het gaat over een echtpaar met kinderen. De ouders willen gaan scheiden, maar ze komen vast te zitten op een vliegveld. Michael Ontkean speelt de overspelige man, en geloof me, je wilt Sherrif Truman uit Twin Peaks niet in zo’n draak van een film zien.

Ik probeerde te raden in welk jaar deze film was gemaakt. Mijn gok was 1989/90. Op de aftiteling stond 1998.

Late nineties romcoms have abosolutely abysmal costume departments, merkte een Facebook vriendin laatst op. En ze heeft gelijk. Toch heeft “A Chance Of Snow”. iets troostends. En dat sentiment hangt ergens tussen ‘wat liepen we er toen vreselijk bij’ en misschien stiekem toch al een beetje nostalgie. Toen er nog geen Iphone was, maar we status ontleenden aan het Swatch horloge.
In het boek Generation X, Tales for an accelerated culture (1991, Douglas Coupland) deelt een van de hoofdpersonen een dierbare herinnering met zijn vrienden. Hij vertelt dat hij zelfs tijdens moment al heimwee had terwijl de gebeurtenis nog in volle gang was.

Mattel, Reaganomics, kernwapens. Swatch, Golfoorlog, Green River Killer.
In elk decennium zijn er rottigheden en ellende, maar tot m’n 16e was ik redelijk afgeschermd (en op de academie las ik geen kranten). Ik leefde ook een beetje in m’n eigen fantasiewereld, dus mijn beeld is enorm vertekend. Dat is misschien maar goed ook; ik heb me per slot van rekening genoeg zorgen gemaakt over het verdwijnen van de aardlagen en zure regen, als 10-jarige, voor het slapengaan.

raygun2.jpg

Een Oude Ray Gun (2)

zondag, februari 28th, 2010

raygun3.jpg

De tijdlus waarin iets van  ‘cool’, naar niet cool gaat en vervolgens hernieuwd succes krijgt, lijkt steeds korter te worden. Hipsters/ scenesters dragen kleding die behoorlijk fugly zijn, maar door hun ‘ironische’ waardering van die lelijkheid wordt het dragen ervan weer ok. Tevens wekken hipsters de indruk dat ze totaal onverschillig staan tegenover hoe men op anderen overkomt. Alle marginale subculturen worden op een hoop gegooid, authenticiteit wordt opzettelijk gepresenteerd als afgeragd. Alles is referentie.
En daar steekt een ander fenomeen de kop op, in 1993 geïntroduceerd door de filosoof Jacques Derrida in zijn werk “Spectres de Marx”, namelijk Hantologie (Hauntology).

Hauntology is de tegenpool van nostalgie. De term is een portmanteau van Haunt en ontology. De term geeft aan dat het heden alleen kan bestaan in relatie tot het verleden. Derrida stelt in zijn werk uit 1993, Spectres of Marx, dat “aan het eind van de geschiedenis” (refererend aan het essay van Francis Fukuyama uit 1989), men standpunten over ideeën, die eerder als archaïsch en ouderwets werden bestempeld, zal herzien. Men richt zich niet zozeer op het feitelijke verleden alswel op de ‘geest’ van het verleden.
De scheidslijn tussen het verleden, heden en toekomst is dun. Het heden wordt altijd door verleden en toekomst beïnvloed, ze overlappen elkaar. Hauntology gaat in die zin over het Shakespeariaanse ‘to be or not to be’, een nogal paradoxale staat van ‘zijn’.  Het concept “geest” behoort noch tot het heden, noch tot het verleden.

Derrida’s idee is gebaseerd op Karl Marx’ bewering dat “Un spectre hante l’Europe - le spectre du communisme.”. Derrida stelt dat de geest van het communisme aan relevantie heeft gewonnen na de val van de Muur. Omdat Europa nu herenigd is, en er geen lijden meer is onder een dictatuur, is ze geïsoleerd van het lijden dat zich in de rest van de wereld afspeelt.  Als gevolg hiervan zal de interesse voor het communisme binnen Europa uiteindelijk weer toenemen.

Ik heb boeken gelezen over het Kafka-eske karakter van de DDR en ik kan me niet voorstellen dat men, Ostalgie ten spijt, weer terug zou willen naar het communisme. Inwoners van de voormalige DDR zijn hier en daar wel sympathisant, dat kan ik me ook wel voorstellen gezien de manier waarop de hereniging tussen Oost- en West-Duitsland heeft plaatsgevonden. Maar ik krijg er een ‘vleespotten van Egypte’ gevoel bij.

Volgens Fukuyama ging de evolutie van de geschiedenis altijd over de strijd tussen verschillende overtuigingen. Dat gevecht wordt beslecht na de Koude Oorlog en de val van de Muur, zo schrijft hij in zijn boek “The end of History and the last Man”. De constitutionele democratie zal als ultieme regeringsvorm worden gezien, politiek- en economisch liberalisme zullen zegevieren.

Maar economisch liberalisme valt vaak samen met kapitalisme. In een tv-interview uitgezonden door de ZDF, zegt de Amerikaanse schrijver David Foster Wallace dat de werking van het kapitalisme en het aanzetten tot consumeren een goed systeem is om een economie draaiende te houden, maar dit is niet geschikt voor het sociale aspect van de maatschappij. Naar aanleiding van de crises die ons in de Noughties hebben geteisterd zie je niet de saamhorigheid die werd beschreven tijdens bijvoorbeeld de Grote Depressie in de jaren ‘30 in de V.S., zo redeneert hij. Men sluit zich nu op in een SUV, men sluit zich af in dit tijdperk van verregaande individualiteit.
De invloed van het kapitalisme doet zich gelden op het culturele vlak, zo stelt ook Fredric Jameson in zijn werk “Postmodernism, or, the Cultural Logic of Late Capitalism” (1991).  Culturele innovatie stagneert. Entertainment entertaint slechts en daagt niet uit.

Een geschiedenisdocent op de Havo tekende eens een lijn op het schoolbord. Aan de ene kant van de lijn noteerde hij “extreem links”, aan de andere kant “extreem rechts”. Daarna vervormde hij deze rechte lijn tot een cirkel. Extreem links en rechts stonden ineens vervaarlijk dicht bijelkaar. Verregaande individualiteit en grijze massa zijn minder grote tegenpolen dan ze ons toeschijnen. Een voorbeeld is hoe internet (sub)culturen versneld verspreidt. De mainstream bestaat bij de gratie van de marge. Invloeden uit marginale bewegingen worden opgepikt, ontdaan van de scherpe randen en gepresenteerd als nieuw en origineel. American Apparel is wat dat betreft een McDonalds op het gebied van kleding geworden.

Misschien dat Hauntology daarom weer overal opduikt. Muzikanten als Ariel Pink, Burial, en Washed out maken in hun muziek gebruik van het Hauntology uitgangspunt. De nummers van Burial refereren niet zozeer aan de rave scene, ze roepen een vaag idee op van die scene, zonder er een concrete uitspraak over te doen. Ik las in een recensie van zijn album “Untrue” dat de muziek nog het meeste het gevoel na een rave weergeeft, de lege dansvloer, de pillen die zijn uitgewerkt. Een verlangen naar iets dat nooit echt was.

Ariel Pink’s muziek klinkt als een kapotte transistorradio, maar zijn liedjes zijn bijzonder catchy, en ondanks de schijnbaar nonchalante uitwerking voelen de nummers als echte liedjes. Brian Wilson is een grote invloed, maar Ariel geeft aan die invloed een geheel eigen draai, alsof zijn nummers in een parallel universum zijn opgenomen.

Washed Out klinkt als muziek die ik vroeger als 10-jarige goed had gevonden, iets wat de oudere zussen van mijn vriendje op hun slaapkamer gedraaid zouden hebben (Washed Out klinkt bekend en nieuw tegelijk. Je denkt dat je de tracks herkent, en tegelijkertijd weet je dat dat niet zo is). Bij gebrek aan een eigen oudere zus, keek ik enorm tegen hun op, met als gevolg dat ik alles omarmde wat zij interessant vonden. Washed Out is geen vingeroefening in het retro spandex jaren 80 kunstje, maar meer etherisch. Nadat je in Club Tropicana in dat zwembad bent gesprongen, word je overspoeld door een verlangen op te gaan in de kleuren en indrukken om je heen. “Feel it all Around”.

Zelfs J Dilla wordt zijdelings geassocieerd met Hauntology, omdat zijn nummers een bric à brac zijn van geluidjes, vage effecten, en obscure non referenties.
Horen we muziek in het toevallig samengaan van geluiden?

Ik las dit op internet en vond het een heel mooie verwoording van wat Hauntology in muziek nu ongeveer behelst:
[…]music as recorded artifact, facing both backwards and forwards simultaneously, an inscripted trace that is neither presence nor absence but a spectral apparation that both references and eludes such binary oppositional catagories (sic)[…]
(gepost door ‘John Doe’ op dissensus.com)

Zo nu en dan sla ik die oude RayGun weer open, de modereportages ogen nog best fris, zo ook de spreads met daarin een item over “ Best of Graduate Fashion Week” in Londen. Ik probeer de inhoud met nieuwe ogen te zien. Want hoe oud een tijdschrift ook is, als het je herinnert aan waardevolle gebeurtenissen, momenten, ideeën, vind je tussen de regels, of als je net wegkijkt, iets anders, iets wat voor jezelf -zelfs 13 jaar na dato- weer relevant kan zijn.

raygun4.jpg

en wat hebben we hiervan geleerd?

maandag, december 29th, 2008

Het is merkwaardig hoeveel je denkt te hebben onthouden van je middelbare schooltijd; altijd minder dan je wilt weten.
Starend naar een hyves-profiel. Begin- en eindexamenjaar komen overeen met de mijne, toch gaat er geen belletje rinkelen. Vrienden die je vertellen over bepaalde gebeurtenissen uit die tijd; je moet je oude dagboeken erop naslaan om te kijken of het echt zo heeft plaatsgevonden als ze zeggen. De eeuwige litanie. Was ik maar weer 16. We worden oud…

Flikker toch op man.

Zoete herinneringen aan het voortgezet onderwijs: De stank van de stoelen en tafels, die een bruine afdruk op je vochtige zitvlak achterlieten bij regenachtig weer. De deplorabele staat van het schoolgebouw; het is inmiddels gesloopt en het braakliggende terrein is volgebouwd met zogenaamde ‘penthouses’. Ik zal nooit naar dat woord kunnen kijken en het in de eerste plaats met een appartement associëren.
De enige keer dat ik de klas ben uitgestuurd, alleen omdat een vriendin vervelend zat te doen en de lerares dacht dat het haar een lesje zou leren als ik, de eeuwige goody-two-shoes, er ook ‘uitgekickt’ werd.
En bovenal; voldoendes halen. En geen moment teveel op school doorbrengen. Slagen voor je eindexamen en dan wegwezen. Naar greener pastures enzo.

Na het ophalen van je schoolboeken (veilig opgeborgen in je leren stinktas) oudere meisjes die achter je fietsen horen sneren: “Ik ruik nieuw leer!”

Puberteit + voorgezet onderwijs = ongelukkige combinatie.

Enfin. Natuurlijk heb ik ook iets geleerd (Mit nach bei seit von zu außer aus gegenüber). En ik denk regelmatig aan een gedicht dat in mijn lesboek Engels stond. Het is van Roger McGough. Bizar, grappig en dramatisch tegelijk:

When the bus stopped suddenly
to avoid damaging
a mother and child in the road,
the younglady in the green hat sitting opposite,
was thrown across me,
and not being one to miss an opportunity
I started to make love.

At first, she resisted,
saying that it was too early in the morning,
and too soon after breakfast,
and anyway, she found me repulsive.

But when I explained
that this being a nuclearage
the world was going to end at lunchtime,
she took off her green hat,
put her busticket into her pocket
and joined in the exercise.

The buspeople,
and there were many of them,
were shockedandsurprised,
and amusedandannoyed.
But when the word got around
that the world was going to end at lunchtime,

they put their pride in their pockets
with their bustickets
and made love one with the other.
And even the busconductor,
feeling left out,
climbed into the cab,
and struck up some sort of relationship with the driver.

That night,
on the bus coming home,
we were all a little embarrassed.
Especially me and the younglady in the green hat.
And we all started to say
in different ways
how hasty and foolish we had been.
But then, always having been a bitofalad,
I stood up and said it was a pity
that the world didnt nearly end every lunchtime,
and that we could always pretend.

And then it happened …

Quick asa crash
we all changed partners,
and soon the bus was aquiver
with white, mothball bodies doing naughty things.

And the next day
and everyday
In everybus
In everystreet
In everytown
In everycountry

People pretended
that the world was coming to an end at lunchtime.
It still hasnt.
Although in a way it has.

Durven we echt alleen iets buiten gevestigde normen te ondernemen als we geen verantwoordelijkheid hoeven af te leggen? Ik keek gister naar “A Shot At Love” (Ja. Inderdaad. Sue me!)  waarin hoofdrolspeelster Tila Tequila met de vrouw wordt geconfronteerd die haar ‘hart brak’. Scheldkannonnades met daaroverheen een vettig sensatie-sausje. Blijkbaar kan de liefde ons niet redden.

De schone kunsten zijn onze enige hoop.

En zo eindigt 2008 met een weinig Weltschmerz.

Drink responsibly, tot in 2009..!

David Foster Wallace (1962-2008) – Infinite Jest

woensdag, oktober 22nd, 2008

Een tijd geleden ben ik begonnen met het herlezen van Infinite Jest. Eigenlijk ben ik niet zo’n herlezer van boeken. Ik heb wel eens wat herlezen, omdat de omvang van de boekenlijst op de middelbare school mij noopte tot het lezen van een boek per dag. Zie dan maar eens door Die Leiden des jungen Werthers te komen. Dan is het wederom lezen van zo’n werk geen sinecure. Zo ook Infinite Jest.

Behalve The Broom of the System (De Bezem van het Systeem) is er verder niets van Wallace’s werk in het Nederlands vertaald.
Behalve Infinite Jest heb ik verder ook niets van deze Amerikaanse schrijver gelezen, maar als je nagaat dat dit boek 1079 bladzijden telt* is het procentueel toch een aardige hap uit z’n oeuvre.

Het overkoepelende thema van het boek is verslaving. Op die manier kun je het boek samenvatten, en dat is ook wat ik in de meeste blogs over Infinite Jest heb gelezen de afgelopen tijd. Maar als ik denk aan de verhaallijnen, de personages, de absurde en inktzwarte humor, afgewisseld met hilarische tragiek, dan is dat wellicht te kort door de bocht.

Infinite Jest speelt zich af in de nabije toekomst van de Verenigde Staten. Numerieke jaartallen zijn afgeschaft en vervangen door Subsidized Time; elk jaar wordt gesponsord door een bedrijf**. De bindende factor in Infinite Jest is een film op een videotape -cartridge- waar verschillende groeperingen als een malle achteraan zitten. Dit simpelweg omdat eenieder die aan de filmische inhoud van de tape wordt blootgesteld, instant-verslaafd is. Men is zogezegd niet meer voor de buis vandaan te slepen.

De gewraakte film is gemaakt door wijlen James Orin Incandenza. Deze beruchte filmmaker heeft een tennisacademie opgericht, welke met al zijn studenten, personeel en de familie Incandenza één van de verhaallijnen vormt. Hal Incandenza, de  jongste zoon van “Himself” (zoals Hal zijn vader aanduidt) volgt deze tennisopleiding. Zijn guilty pleasure bestaat uit in het geheim high worden. Gaandeweg weet hij niet waaraan hij meer verslaafd is; de wiet of het rookgordijn waarmee hij deze activiteit omgeeft. Zijn klasgenoten en vrienden hebben allemaal hun  eigen sores en eigenaardigheden; Michael Pemulis, heeft een lucratief handeltje in schone urine (lees: vrij van drug-sporen) en kleedt zich nogal excentriek (hij  bezit parachute pants en accessoires zoals een kapiteinspet en een oorbel waarin een lichtje aan en uitflitst op het ritme van je hartslag), Ortho “The Darkness” Stice, die vreemd gedrag (zoals het claimen van telekinetische krachten) gaat vertonen nadat hij heeft geconcludeerd dat hij Hal in een tenniswedstrijd kan verslaan; de wetenschap  dat hij Hal  kan verslaan zet hem onder zware geestelijke druk.
Vlakbij  de Enfield Tennis Academy bevindt  zich een afkickcentrum, het Ennet House Drug and Alcohol Recovery House. Middels begeleiding en een  bijbaantje  proberen haar bewoners te her-integreren in de samenleving. Don Gately, sympathieke dommekracht en antiheld, heeft een schoonmaakbaantje dat hem naar de diepste krochten van menselijke ellende voert; The Shattuck Shelter for Homeless Males. Schreeuwende, delirische verslaafden (schizophrenia is like, the norm) zonder controle over hun darmen zitten hier hun leven uit. In dit soort passages in het boek worden bizarriteiten en narigheid opgestapeld; Gately’s baas, Stavros Lobokulas, een voetfetishist (Hij bezit een indrukwekkende collectie catalogi met daarin damesschoenen), schuimt afkickcentra af op zoek naar eventuele werkkrachten; deze zijn goedkoop en worden bovendien door de staat gesubsidieerd, dus tel uit je winst.

Randy Lenz is technisch gezien geen verslaafde. Toch verblijft hij in het Ennet House omdat hij zich de woede van zowel de FBI  als een drug-kartel op de hals heeft gehaald, door er tijdens een op handen zijnde drug bust zelf met de essentiële cocaïne vandoor te gaan; iets wat Gately erg ironisch vindt. Lenz martelt dieren en verblijft het liefst ten noordoosten van vanalles. Dit resulteert in lange omwegen van A naar B.

Het hoofdstuk over Poor Tony Krause, een dakloze drag queen en junk die probeert af te kicken en uiteindelijk in een metrowagon overlijdt tengevolge van een (epileptische?) aanval, is zowel komisch als smerig als meelijwekkend. Tony’s einde is een krankzinnige trip:

“Time wasn’t passing so much as kneeling beside him in a torn tee-shirt disclosing the rodent-nosed tits of a man who disdains the care of his once comely bod.[…]He felt a piece of nourishing and possibly even intoxicating meat in the back of his throat but elected not to swallow it but swallowed it anyway, and was immediately sorry he did; and when his father’s bloody-rubbered fingers folded his teeth back to retrieve the tongue he’d swallowed but he refused absolutely to bite down ungratefully on the hand that was taking his food, then without authorization he pushed and bit down and took the gloved fingers clean off, so there was rubber-wrapped meat in his mouth again and his father’s head had exploded into needled antennae of color like an exploding star between his gown’s raised green arms and a call  for Zuckung while Tony’s heels drummed and struggled against the widening stirrups of light they were hoisted into while a curtain of red was drawn wetly up over the floor he stared down at, Tony, and he heard someone yelling for someone to Give In, Err, with a hand on his laced belly as he bore down to PUSH and he saw the legs in the stirrups they held would keep  spreading until they cracked  him open and all  the way inside-out on the ceiling and his last worry was that red-handed Poppa could see up his dress, what was hidden.”

Joelle Van Dyne, een lid van de U.H.I.D. (Union of the Hideously and Improbably Deformed, ze draagt een sluier) werkte nauw samen met wijlen James O. Incandenza. Ze had een late late-night radioshow (waarbij Mario, de oudere broer van Hal, als toegewijde fan zijn hoofd bijna in de speaker stopte) totdat ze zichzelf middels een overdosis van het leven probeerde te beroven. Ze  krijgt een plaatsje  in het Ennet House en leert zo  Don Gately kennen. James O. Incandenza*** is de top annex start van de personage-ijsberg, van daaruit stromen de personages elkaars leven binnen zodat alle verhaallijnen met elkaar verweven raken.

Zo blijven er personages opgevoerd worden****; Verhalingen die zich aanvankelijk als anekdotes laten lezen blijken later de voorgeschiedenis van een personage. Ellenlange zinnen, obscure referenties (ooit een boek gelezen waarin wordt verwezen naar Beth B?), ebonics, een hele bult acroniemen, postmoderner kan bijna niet. Sommigen vinden Wallace’s stijl pedant, te veel. Ik, daarentegen, kan dat wel waarderen. Karakterschetsen zijn dan weer karikaturaal, dan weer ontroerend. Dit boek heeft alles.

Infinite Jest is me erg dierbaar; toen ik begon met het lezen van deze dikke pil was ik net afgestudeerd. Ik zocht verhalen waarbij ik tekeningen kon maken,  als kickstart voor nieuw werk (Thomas Pynchon, Charles Bukowski, Hunter S. Thompson). Maar drie weken leentijd, zoals bij de bibliotheek gebruikelijk, is natuurlijk veel te kort. Dus heb ik het boek gekocht. Engels lezen ging me nog niet zo makkelijk af. Nu, bij het herlezen krijg ik datzelfde gevoel dat ik ook heb bij het werk van bijvoorbeeld David Lynch; fijn om erin te duiken, een eigenzinnige wereld waar je graag een paar uur ronddwaalt.
Maar zoals je je nooit lekker in een zitbank van glaswol zou nestelen, zo wordt Infinite Jest naar mijn mening nergens een comfortabel, lekker weglezend boek. Je moet er wel wat voor doen.

Kortom; infinite Jest is een absolute aanrader.

(* waaronder letterlijk een boekwerk  aan voetnoten

(** 1. Year of the Whopper
2. Year of the Tucks Medicated Pad
3. Year of the Trial-Size Dove Bar
4. Year of the Perdue Wonderchicken
5. Year of the Whisper-Quiet Maytag Dishmaster
6. Year of the Yushityu 2007 Mimetic-Resolution-Cartridge-View-
Motherboard-Easy-To-Install-Upgrade For Infernatron/InterLace TP
Systems For Home, Office, Or Mobile (sic)
7. Year of Dairy Products from the American Heartland
8. Year of the Depend Adult Undergarment
9. Year of Glad

(*** die zich van het leven beroofde door zijn hoofd in de magnetron te steken. Zo ook tennisser Eric Clipperton, die zichzelf door het hoofd schoot toen hij eindelijk nummer 1 werd in de categorie Boys’ Continental 18-and-Unders; Men dacht dat deze zege Clipperton’s vurige wens was aangezien hij altijd wedstrijden speelde terwijl hij een geladen pistool tegen zijn slaap gedrukt hield.

(****De Antitoi-broers die beiden lid zijn van een Canadese separatistische groepering, de A.F.R. (Assassins de Fauteuils Roulants)  separatistische terroristen, Helen/Hugh Steeply, een transseksueel met een geheime missie, Remy Marathe, een dubbel-of misschien wel vierdubbel- spion, die alles doet voor  zijn zieke vrouw (geboren zonder schedel), Matt Pemulis (broer van Michael Pemulis) Susan T Cheese, Stokely Darkstar, allen junks en eventueel drag-queens,  Rodney Tine; Chief of Unspecified Services, een CIA-achtige organisatie…and so on and so forth.