Archive for the ‘muziek’ Category

Sonic Youth verstript

woensdag, juni 30th, 2010

Ik vind Sonic Youth een van de beste bands ooit. En dat is best een boud statement mijnerzijds, want je hoort mij niet zo snel zeggen dat iets ‘het beste ooit’ is. Alle uitingen van goedkeuring, van ‘waanzinnig’ tot ‘geniaal’, zijn aan mij pas besteed als ik het ook echt vind. Om maar te zwijgen van alle geniuses en amazings die je de hele dag op tv en internet voorbij ziet komen. Net als Elaine in Seinfeld, zet ik vraagtekens bij het voortdurende gejubel waarbij bovengenoemde termen zo vaak in de mond worden genomen dat ze aan waarde verliezen. Maar goed. Sonic Youth. Amazing, breathtaking, genius!

Zo.

Sonic Youth werd geassocieerd met de no-wave scene, ze werkten samen met Richard Kern, waren zijdelings betrokken bij de Cinema of Transgression, kwamen deels uit het orkest van Glenn Branca…veel gaver kan hun achtergrond wat mij betreft bijna niet worden. Op Youtube staat een filmpje waarin ze worden geïnterviewd over hun politieke keuze (pre-Obama) en daarin lijken ze bescheiden, welbespraakt, kortom; übercoole vijftigers wiens laatste album gewoon weer retegoed is. Dat is nog eens elegant ouder worden. Hun muziek. Ik wilde er wel eens wat mee doen. “Candle”, “Joni”, “Kissability”, “Wish Fulfillment”, “JC”, “Theresa’s Sound World”, “Pipe line/ Kill Time”, keuze te over. Ik vind de nummers van SY erg beeldend, een wereld op zich. Werken met SY op de achtergrond heeft me meerdere malen net die kickstart gegeven die ik nodig had. Dus begon ik met het in strip omzetten van een nummer dat al langer in mijn hoofd hing: “Rats”, van het album “Rather Ripped”, uit 2005. De tekst is geschreven door Lee Ranaldo. Zijn teksten zijn surrealistisch, op het bombastische af soms (we watch her fall over and lay down, shouting the poetic thruth of high school journal keepers).

Zijn teksten hebben een vagelijk onderwerp, en als je denkt te weten waar het over gaat, glipt het weer weg. Dat was voor mij met “Rats” het geval (Wish fulfillment bijvoorbeeld is wat minder cryptisch, maar “Pipeline/ Kill Time” is weer erg vreemd).

“You are the moon beyond your mind”.

“Let me place you in my past, with other precious toys”.

Het was een uitdaging om dit soort zinnen uit te beelden, waardoor er hier en daar een verschuiving optrad qua beeldtaal. Onder andere omstandigheden zou ik een hartvormige plas bloed veel te dramatisch hebben gevonden, maar bij deze songtekst paste het juist erg goed.

De strip gaat over een scheefgelopen relatie, vervreemding van elkaar, eenzaamheid, en misschien toch een klein beetje hoop. Dit alles speelt zich af in New York, met name de West Village en een beetje Bronx (dat zijn hersensprongen die ik me heb veroorloofd te maken; het komt waarschijnlijk omdat ik zelf echt op de uitgebeelde plekken heb gelopen). De strip werd geëxposeerd tijdens de Ficomic in Barcelona, in galerie RAS.

rats1.jpg

rats2.jpg

rats3.jpg

rats4.jpg

rats5.jpg

rats6.jpg

rats7.jpg

When the rats run riot
And the screen door slams
When the trees grow quiet
Nothing but cats and cans
When the breeze says try it
But you can hardly see
When your love has died
And you rat on me

I see your eyes in the half-light
I see the number on your wall
Endless strange things I see at night
You don’t see anything at all

Shine a light into your soul
City streets so freezing cold
City shadows wander out
When they let the rats out
Rats
You call it love alright
That was the catch
Cold suicide
Let me place you in my past
With other precious toys
But if you’re ever feeling low down in the fractured sunshine
I’ll help you feel the noise

Shine down
You can go on home
Shine down
Go
Go

Rats
You’re working overtime
You are the moon beyond your mind
When the rats run riot
And the screen door slams
When the world goes quiet
You’ll know where I am

You could be my open road
You could be the reason why
You could ease my heavy load
But I want to freeze you out now

You can let it shine
Keep that in mind
When they let out a rat next time
You could move a little closer
Until you’re leaning all up around my shoulder
See these shadows walk around
When they let the rats out

R. Stevie Moore

maandag, juni 21st, 2010

Er was eens een muzikant. Hij woonde in een huis, waar hij zich vaak verschanste in zijn zelfgebouwde studio. Hij was al 40 jaar bezig met het componeren van de meest prachtige liedjes. Geen genre was hem te gek. Hij bracht al zijn liedjes zelf uit, en maakte geen onderscheid in goede of minder goed geslaagde nummers. Allemaal belandden ze op een cassettebandje, of op vinyl, zodat er op een gegeven moment meer dan 400 releases op zijn naam stonden.

Hij schreef bijvoorbeeld een ingetogen liedje over iemand die geen eten kon betalen. Een ander liedje ging over hoe hij ervan hield om gewoon thuis te blijven. Als je ernaar luisterde kon je ervaren hoe fijn het eigenlijk is om in je eigen huis rond te scharrelen terwijl je vrienden de bloemetjes buiten zetten.

Niet alle liedjes hadden tekst. Dat gaf niet, want ook de instrumentale nummers waren de moeite waard. Een liedje was genoemd naar de orkaan David; een stuwende drum en wervelende piano’s wekken het beeld van een wilde wolkenlucht op. De energie van een nummer zoals World’s Fair zorgde ervoor dat je het de hele dag keihard in je auto zou willen draaien.

Sommige liedjes waren best droevig, maar zo wonderschoon dat je ze telkens weer wilde beluisteren.

Op jongere leeftijd was de muzikant vanuit het zuiden van de V.S. naar de oostkust verhuisd, omdat hij in de regio, waar de nadruk op country werd gelegd, z’n draai niet kon vinden. Gek genoeg zou zijn muziek op latere leeftijd gelardeerd raken met country-invloeden, iets waar hij toch prima mee uit de voeten scheen te kunnen.
Zijn oom, die aan de oostkust woonde, moedigde hem aan in zijn muzikale ontwikkeling, en hij produceerde zijn eerste plaat.
Maar op één of andere manier scheen zijn muziek nooit aan te sluiten bij wat er op dat moment in de muziekwereld speelde. Hij bleef een einzelgänger.

Toch bleef hij liedjes maken. Hij nam zijn muziek op, signeerde en verstuurde vervolgens de cassettebandjes (later werden dit cd-roms) aan mensen die dat hadden besteld. Die vraag werd almaar groter toen internet haar intrede deed, en er ontstond een trouwe groep fans die zijn muziek online hadden ontdekt.
Helaas werd hij er niet rijk van. Maar hij hield zo van muziek en van het maken ervan, dat hij er niet mee kon of wilde stoppen.

Er traden jongere artiesten voor het voetlicht die zijn muziek kenden en erover praatten in interviews. Ze wilden graag met hem samenwerken omdat ze hem als een genie beschouwden.

Omdat de jongere artiesten hem op handen droegen, werd hij meer en meer gevraagd om zijn muziek live ten gehore te brengen. Maar de muzikant was inmiddels op leeftijd en de kwalen die met ouderdom gepaard gaan weerhielden hem ervan om aan al die verzoeken te voldoen.

Absurd genoeg bleef zijn talent onontdekt door zowel platenmaatschappijen als een groter publiek.

De muzikant hoopt nog steeds op erkenning van zijn oeuvre. Hij componeert onverdroten voort, verschanst in zijn studio.

rsm.jpg

Een Oude Ray Gun (1)

zondag, februari 28th, 2010

raygun.jpg

Toen de Berlijnse Muur viel in 1989 was ik 13. Op de lagere school leerden we tot dan toe over het IJzeren Gordijn. Ik geloof niet dat ik echt doorhad wat dat inhield, ik zag alleen een stug waaierend gaasgordijn voor me, in de geest van Christo’s kunstwerken. Het klonk wel mysterieus.
Toen Tito nog leefde, was Joegoslavie een goed bezocht vakantieoord, Dat leek mij ook erg exotisch. Mijn oma, die samen met mijn opa Joegoslavië als vakantiebestemming had bezocht zei vaak tegen me dat de tijd nog wel zou komen dat ik zelf met het vliegtuig zou gaan reizen. Dat was natuurlijk een geweldig vooruitzicht.
Als ik uit logeren was bij mijn andere oma, Beppe, las ik de oude meisjesromans die daar in de kast stonden. Joop ter Heul, Herrie-Let. Hopeloos ouderwets. Een wereld waarin meisjes, als ze niet meteen een gezin stichtten na school, als typiste op een kantoor werken tot ze door een fatsoenlijke jongeman het hof werden gemaakt.
In de Gerda Omnibus, schopt Gerda het tot stewardess en daarnaast slaat ze ook nog een piloot aan de haak (ook adopteren ze een kindje uit Afrika, dat de piloot liefkozend zijn ‘koffieboontje’ noemt. Dat soort koloniale termen kunnen toch echt niet meer zou je zeggen, toch werd er een tijd terug in het dating-programma Take Me Out een gelijkwaardig staaltje ten beste gegeven. Oy Vey!)

Toen ik 13 was, kon ik me sowieso niet zoveel over de toekomst voorstellen. De plaatsen waar het allemaal scheen te gebeuren leken zo ver weg. Ik was op m’n elfde een keer naar Ahoy in Rotterdam geweest. Samen met mijn vader, die ik als een man van de wereld beschouwde, nam ik de trein naar deze metropool. We gingen met de metro naar Ahoy. Ik at mijn eerste pizza daar in een winkelcentrum.
Daarvoor was ik eens met Beppe meegegaan toen ze haar nicht in Leeuwarden bezocht, deze nicht woonde driehoog. Eén blik op het trappenhuis in de portiekflat en ik wist dat ik altijd een balkon boven een achtertuin zou verkiezen. Mijn eigen Manifest Destiny heeft daar haar wortels.

De beelden van huilende, juichende mensen op tv, toen de Muur openging; ik zag het op tv en wist dat ik naar iets keek wat ook in de daaropvolgende decennia als iets belangrijks zou worden gezien. Maar zo voelde het helemaal niet.

Vorig jaar, tijdens een hangweekend bij vriendin M bekeken we haar oude agenda’s. Blijkbaar hadden we in 1992 dezelfde agenda gehad, want ik herkende de Pall Mall reclames, het verslag van de modellenwedstrijd, en de veilig vrijen campagne. De eerste zin van de Pall Mall advertentie is, nu ik terugkijk, onbedoeld grappig: “Ik zei nog zo, linksaf!” Verdwaald in een ruig lanschap, poseert een nors kijkend stelletje in stoere kleding. Iets met een fourwheel drive en veel zand. Internet stond in de kinderschoenen en gedrukte media was nog oppermachtig. In het boek “Standing On The Shoulders Of Giants” worden de “Masters of Advertising”  (2001, Hermann Vaske) geïnterviewd waaronder George Lois en Jerry della Femina (die eens een presentatie aan een klant gaf waarbij hij deed of hij voorlas, in werkelijkheid stond hij met een leeg vel papier in handen).
Sommige advertenties uit die tijd hebben werkelijk lappen tekst voor hedendaagse begrippen.

Toen ik midden in de jaren 90 zat vond ik dat decennium ondefinieerbaar. Terugkijkend valt er genoeg te categoriseren. In 1992 was ik blij dat die belegen jaren ‘80 eindelijk voorbij waren. Ik was ervan overtuigd dat de jaren ‘90 stijlsgewijs een enorme vooruitgang zouden zijn en dat er een breuk zou worden gemaakt met alles wat 10 jaar daarvóór hip was. Mijn denkfout was dat ik dacht dat ik wist wat stijl was.

Tijdens lessen op de kunstacademie (1995) waren studenten als een gek tijdschriften aan het verknippen en plakken (laatst keek ik met vrienden de serie ‘Lipstick on your Collar’ van Dennis Potter, en toen zei iemand tijdens de kantoor-scènes: “Kijk eens naar die bureaus. Geen computers. Alleen maar papier.”). Het magazine Rails was gewild. In de trein van en naar Kampen werd de kreet “rails hoort thuis in de trein” niet gehoord.
Begin vorig jaar bezocht ik het Moma in New York, waar op dat moment een expositie van George Lois te zien was. 32 van de door hem ontworpen Esquire covers uit 1992 werden geëxposeerd. Ook de werkwijze van George Lois kwam aan bod.
Het was verfrissend om te zien hoe zijn concepten zonder nullen en enen tot stand kwam.

Bladen die we gaaf vonden waren o.a. Blvd (tot Gert Jonkers het voor gezien hield als hoofdredacteur), Interview, de gebonden Mediamatic issues met interactieve cd-roms, Fringe, en natuurlijk de Ray Gun, met als held de artdirector David Carson. Nu ik een OV  studentenkaart had, ging ik regelmatig naar Amsterdam, waar ik uren doorbracht in het American Book Centre en Athenaeum.

Ik heb nog steeds stapels Blvd’s thuis liggen. Een oude Metropolis M (Revolt!) ligt op de stapel nieuwere issues, maar wat ik bovenal koester is #71 van Ray Gun, met Chris Cornell op de cover. Als ik dat nummer doorkijk is het of ik over m’n schouder terugkijk naar de tijd waarin het blad vers van de pers was, en niet half aan gort gesneden door een fileermesje. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat dit blad oorspronkelijk niet van mij is. Het was van π, en hij en zijn fileermesje waren toentertijd onafscheidelijk. Het nummer is altijd blijven rondslingeren tot aan ons samenwonen in Arnhem aan toe. Tijdens ons uiteengaan en het hele cd-van-jou-cd-van-mij gebeuren ben ik eerlijk geweest in het verdelen. Maar ik was erg gehecht geraakt aan die Ray Gun, en ik had het idee dat het blad me meer vertelde over 1999 dan al mijn dagboeken uit die tijd ooit zouden kunnen zeggen. Dus nam ik het mee.

Interviews met bands die de melktand des tijds niet hebben doorstaan, de Silver Tab reclames met illustraties (de tekengolf was net weer aan het opkomen) de sneakers met alternatieve sluitingen. Zaterdagmiddag in kleermakerszit op de grond, schetsend, tijdschriften en boeken lezend met Sublime, Pavement, of Jane’s Addiction op de achtergrond. Een instant sentimental journey. Er kwam zoveel nieuws op m’n pad en tegelijkertijd weet ik nu hoe vreselijk naïef we toen waren.

David Carson had bij het verschijnen van # 71 de redactie van Ray Gun allang verlaten. Carson is natuurlijk enorm bekend geworden door zijn onorthodoxe layouts en gebruik van fonts. Zijn stijl van typografie suggereerde het einde van geprinte media (gezien de groeiende populariteit van internet), verschilende typefaces werden doorelkaar gegooid, zodat tekst een onontwarbare kluwen werd, waar geen touw meer aan vast te knopen was.

In de tweede helft van de jaren ’90 verspreidde internet zich snel. Ik begon Netscape sympathiek te vinden en heb nooit aan het logge en onelegante Internet Explorer kunnen wennen. Toen ik doorkreeg hoe je informatie moest zoeken was ik uren zoet. Ik zocht websites op die door magazines werden aangeprezen (o.a. baader-meinhof.com)

Op nieuwjaarsdag 2010 keek ik ’s middags een film “A Chance of Snow”, die, erg genoeg, op imdb.com nog een 5,9 scoort ook. Het gaat over een echtpaar met kinderen. De ouders willen gaan scheiden, maar ze komen vast te zitten op een vliegveld. Michael Ontkean speelt de overspelige man, en geloof me, je wilt Sherrif Truman uit Twin Peaks niet in zo’n draak van een film zien.

Ik probeerde te raden in welk jaar deze film was gemaakt. Mijn gok was 1989/90. Op de aftiteling stond 1998.

Late nineties romcoms have abosolutely abysmal costume departments, merkte een Facebook vriendin laatst op. En ze heeft gelijk. Toch heeft “A Chance Of Snow”. iets troostends. En dat sentiment hangt ergens tussen ‘wat liepen we er toen vreselijk bij’ en misschien stiekem toch al een beetje nostalgie. Toen er nog geen Iphone was, maar we status ontleenden aan het Swatch horloge.
In het boek Generation X, Tales for an accelerated culture (1991, Douglas Coupland) deelt een van de hoofdpersonen een dierbare herinnering met zijn vrienden. Hij vertelt dat hij zelfs tijdens moment al heimwee had terwijl de gebeurtenis nog in volle gang was.

Mattel, Reaganomics, kernwapens. Swatch, Golfoorlog, Green River Killer.
In elk decennium zijn er rottigheden en ellende, maar tot m’n 16e was ik redelijk afgeschermd (en op de academie las ik geen kranten). Ik leefde ook een beetje in m’n eigen fantasiewereld, dus mijn beeld is enorm vertekend. Dat is misschien maar goed ook; ik heb me per slot van rekening genoeg zorgen gemaakt over het verdwijnen van de aardlagen en zure regen, als 10-jarige, voor het slapengaan.

raygun2.jpg

Een Oude Ray Gun (2)

zondag, februari 28th, 2010

raygun3.jpg

De tijdlus waarin iets van  ‘cool’, naar niet cool gaat en vervolgens hernieuwd succes krijgt, lijkt steeds korter te worden. Hipsters/ scenesters dragen kleding die behoorlijk fugly zijn, maar door hun ‘ironische’ waardering van die lelijkheid wordt het dragen ervan weer ok. Tevens wekken hipsters de indruk dat ze totaal onverschillig staan tegenover hoe men op anderen overkomt. Alle marginale subculturen worden op een hoop gegooid, authenticiteit wordt opzettelijk gepresenteerd als afgeragd. Alles is referentie.
En daar steekt een ander fenomeen de kop op, in 1993 geïntroduceerd door de filosoof Jacques Derrida in zijn werk “Spectres de Marx”, namelijk Hantologie (Hauntology).

Hauntology is de tegenpool van nostalgie. De term is een portmanteau van Haunt en ontology. De term geeft aan dat het heden alleen kan bestaan in relatie tot het verleden. Derrida stelt in zijn werk uit 1993, Spectres of Marx, dat “aan het eind van de geschiedenis” (refererend aan het essay van Francis Fukuyama uit 1989), men standpunten over ideeën, die eerder als archaïsch en ouderwets werden bestempeld, zal herzien. Men richt zich niet zozeer op het feitelijke verleden alswel op de ‘geest’ van het verleden.
De scheidslijn tussen het verleden, heden en toekomst is dun. Het heden wordt altijd door verleden en toekomst beïnvloed, ze overlappen elkaar. Hauntology gaat in die zin over het Shakespeariaanse ‘to be or not to be’, een nogal paradoxale staat van ‘zijn’.  Het concept “geest” behoort noch tot het heden, noch tot het verleden.

Derrida’s idee is gebaseerd op Karl Marx’ bewering dat “Un spectre hante l’Europe - le spectre du communisme.”. Derrida stelt dat de geest van het communisme aan relevantie heeft gewonnen na de val van de Muur. Omdat Europa nu herenigd is, en er geen lijden meer is onder een dictatuur, is ze geïsoleerd van het lijden dat zich in de rest van de wereld afspeelt.  Als gevolg hiervan zal de interesse voor het communisme binnen Europa uiteindelijk weer toenemen.

Ik heb boeken gelezen over het Kafka-eske karakter van de DDR en ik kan me niet voorstellen dat men, Ostalgie ten spijt, weer terug zou willen naar het communisme. Inwoners van de voormalige DDR zijn hier en daar wel sympathisant, dat kan ik me ook wel voorstellen gezien de manier waarop de hereniging tussen Oost- en West-Duitsland heeft plaatsgevonden. Maar ik krijg er een ‘vleespotten van Egypte’ gevoel bij.

Volgens Fukuyama ging de evolutie van de geschiedenis altijd over de strijd tussen verschillende overtuigingen. Dat gevecht wordt beslecht na de Koude Oorlog en de val van de Muur, zo schrijft hij in zijn boek “The end of History and the last Man”. De constitutionele democratie zal als ultieme regeringsvorm worden gezien, politiek- en economisch liberalisme zullen zegevieren.

Maar economisch liberalisme valt vaak samen met kapitalisme. In een tv-interview uitgezonden door de ZDF, zegt de Amerikaanse schrijver David Foster Wallace dat de werking van het kapitalisme en het aanzetten tot consumeren een goed systeem is om een economie draaiende te houden, maar dit is niet geschikt voor het sociale aspect van de maatschappij. Naar aanleiding van de crises die ons in de Noughties hebben geteisterd zie je niet de saamhorigheid die werd beschreven tijdens bijvoorbeeld de Grote Depressie in de jaren ‘30 in de V.S., zo redeneert hij. Men sluit zich nu op in een SUV, men sluit zich af in dit tijdperk van verregaande individualiteit.
De invloed van het kapitalisme doet zich gelden op het culturele vlak, zo stelt ook Fredric Jameson in zijn werk “Postmodernism, or, the Cultural Logic of Late Capitalism” (1991).  Culturele innovatie stagneert. Entertainment entertaint slechts en daagt niet uit.

Een geschiedenisdocent op de Havo tekende eens een lijn op het schoolbord. Aan de ene kant van de lijn noteerde hij “extreem links”, aan de andere kant “extreem rechts”. Daarna vervormde hij deze rechte lijn tot een cirkel. Extreem links en rechts stonden ineens vervaarlijk dicht bijelkaar. Verregaande individualiteit en grijze massa zijn minder grote tegenpolen dan ze ons toeschijnen. Een voorbeeld is hoe internet (sub)culturen versneld verspreidt. De mainstream bestaat bij de gratie van de marge. Invloeden uit marginale bewegingen worden opgepikt, ontdaan van de scherpe randen en gepresenteerd als nieuw en origineel. American Apparel is wat dat betreft een McDonalds op het gebied van kleding geworden.

Misschien dat Hauntology daarom weer overal opduikt. Muzikanten als Ariel Pink, Burial, en Washed out maken in hun muziek gebruik van het Hauntology uitgangspunt. De nummers van Burial refereren niet zozeer aan de rave scene, ze roepen een vaag idee op van die scene, zonder er een concrete uitspraak over te doen. Ik las in een recensie van zijn album “Untrue” dat de muziek nog het meeste het gevoel na een rave weergeeft, de lege dansvloer, de pillen die zijn uitgewerkt. Een verlangen naar iets dat nooit echt was.

Ariel Pink’s muziek klinkt als een kapotte transistorradio, maar zijn liedjes zijn bijzonder catchy, en ondanks de schijnbaar nonchalante uitwerking voelen de nummers als echte liedjes. Brian Wilson is een grote invloed, maar Ariel geeft aan die invloed een geheel eigen draai, alsof zijn nummers in een parallel universum zijn opgenomen.

Washed Out klinkt als muziek die ik vroeger als 10-jarige goed had gevonden, iets wat de oudere zussen van mijn vriendje op hun slaapkamer gedraaid zouden hebben (Washed Out klinkt bekend en nieuw tegelijk. Je denkt dat je de tracks herkent, en tegelijkertijd weet je dat dat niet zo is). Bij gebrek aan een eigen oudere zus, keek ik enorm tegen hun op, met als gevolg dat ik alles omarmde wat zij interessant vonden. Washed Out is geen vingeroefening in het retro spandex jaren 80 kunstje, maar meer etherisch. Nadat je in Club Tropicana in dat zwembad bent gesprongen, word je overspoeld door een verlangen op te gaan in de kleuren en indrukken om je heen. “Feel it all Around”.

Zelfs J Dilla wordt zijdelings geassocieerd met Hauntology, omdat zijn nummers een bric à brac zijn van geluidjes, vage effecten, en obscure non referenties.
Horen we muziek in het toevallig samengaan van geluiden?

Ik las dit op internet en vond het een heel mooie verwoording van wat Hauntology in muziek nu ongeveer behelst:
[…]music as recorded artifact, facing both backwards and forwards simultaneously, an inscripted trace that is neither presence nor absence but a spectral apparation that both references and eludes such binary oppositional catagories (sic)[…]
(gepost door ‘John Doe’ op dissensus.com)

Zo nu en dan sla ik die oude RayGun weer open, de modereportages ogen nog best fris, zo ook de spreads met daarin een item over “ Best of Graduate Fashion Week” in Londen. Ik probeer de inhoud met nieuwe ogen te zien. Want hoe oud een tijdschrift ook is, als het je herinnert aan waardevolle gebeurtenissen, momenten, ideeën, vind je tussen de regels, of als je net wegkijkt, iets anders, iets wat voor jezelf -zelfs 13 jaar na dato- weer relevant kan zijn.

raygun4.jpg

Dead Skeletons

dinsdag, november 24th, 2009

“He who fears death cannot enjoy life.”

Onlangs was ik op browse-tocht naar informatie over Anton Newcombe. Ik had de documentaire van Todd Phillips over G.G. Allin gezien en de zelfdestructie van G.G. deed me even denken aan een andere muziekgerelateerde documentaire,  Dig! over de vriendschap tussen twee bands, de Dandy Warhols en Brian Jonestown Massacre. Hierin is te zien hoe de Dandy Warhols een commercieel succes worden. De Brian Jonestown Massacre zakt weg in chaos, niet in de laatste plaats omdat de voorman van de BJM, Anton Newcombe, zijn optredens zodanig saboteert dat geen enkel platenlabel hen onder hun hoede wil nemen.

Maar goed; zelfdestructie en een messiascomplex zijn de enige overeenkomsten tussen Allin en Newcombe.
G.G.Allin had van alles op zijn kerfstok, en dat ‘van alles’ leek hem meer bezig te houden dan het maken van muziek.

Anton Newcombe heeft, wat muziek betreft, meer credibiliteit.  In de film Dig! wordt hij geportretteerd als een geniale en maniakale gek. Dat is natuurlijk een uitgangspunt bij uitstek voor een sappige documentaire. Schijnbaar heeft Newcombe zich sindsdien enigszins gerehabiliteerd. Ondanks de verwensingen op Youtube en dergelijke aan het adres van bovengenoemde, zijn er ook mensen die hem ontmoet hebben en zowaar een prima heerschap tegenover zich troffen.

BJM maakt psychedelische muziek en is mede beïnvloed door bands als de Beatles en Velvet Underground. Hun nummers ademen de sfeer van de jaren ‘60, toen leven in (sektarische) communes bijna de norm was. Door samenvoeging van deze referenties (er zijn daarnaast nog talloze andere invloeden te ontwaren), ontstaat een onmiskenbaar BJM geluid.
De bandnaam is een samenvoeging (voor de moeilijke-woorden-gebruikers onder u: portmanteau) van het Rolling Stones-lid Brian Jones en de massale zelfdoding van de Jim Jones sekte in Jonestown, Guyana.

Zelf ben ik uitermate content dat mijn externe harde schijf weer werkt, zodat ik wederom de beschikking heb over het werk van BJM. Om nummers van ze te kunnen beluisteren was ik een tijdlang aangewezen op Youtube. En door het online  zoeken naar updates over BJM kwam ik terecht op de Guardian website, waar een link was geplaatst naar een nummer van Dead Skeletons.

Dead Skeletons is een samenwerking tussen Anton Newcombe, Henrik Baldvin Bjornsson (zijn band Singapore Sling trad op als voorprogramma van de Brian Jonestown Massacre tijdens hun tour door de V.S.) en de kunstenares Nonni.

Het nummer Dead Mantra (2008) is een hypnotische trip, die, gekoppeld aan een botte stoommachine, voortrammelt en voor niks of niemand opzij gaat. Vanaf de eerste maat is het één grote climax. De chants, afwisselend gesproken/gezongen door de drie artiesten, zijn een pleidooi voor balans in leven en dood. Nogal spiritueel allemaal, maar de rock ‘n’ roll insteek en de mystieke invloeden maken het geheel een mooie luisterervaring. Wanner het nummer bijna vijf minuten onderweg is ontwaar ik een Swans-achtige melodie. De Swans waren meesters van de monotonie, en Dead Mantra wordt voortgestuwd door herhaling.

Het gehele nummer duurt 8+ minuten. Dat lijkt lang, maar een op een mantra gebaseerd lied moet natuurlijk wel even doorstomen voor de ultieme katharsis.

Meer nummers van Dead Skeletons vind je hier.

Grizzly Bear

maandag, november 16th, 2009

Je hebt van die mensen die helemaal uit hun dak gaan van de zee. Ze staan ’s zomers urenlang met hun auto in de file om maar een glimp van de zee op te kunnen vangen. Ik heb me nooit met het zee-type kunnen vereenzelvigen. Misschien maar goed ook, want ik woonde tot voor kort in Arnhem. Veel bos enzo.

Toen ik me eenmaal in Haarlem had geïnstalleerd, vond ik het tijd om de zee te checken. Mijn associaties met de zee gaan niet verder dan vies olieachitg schuim en kwallen (Ameland). Maar ik moet toegeven, na een dag hard werken is een fietstochtje naar Bloemendaal aan Zee niet te versmaden. Ik deed dit tijdens de zomermaanden dan ook geregeld. Bij voorkeur als de dagjesmensen op huis aangingen, of afwezig waren.

Ik kreeg de plaat ‘Veckatimest’ van Grizzly Bear op mijn verjaardag. De periode die daarop volgde smolten de plaat en mijn tochtjes naar het strand samen. Met mijn voeten in het water en mijn hoofd in de wind borrelden de liedjes van Grizzly Bear naar boven. Je kent het misschien wel; je luistert naar een cd, en vervolgens komen de nummers op vrij ongerelateerde momenten onverwacht naar boven. Soms moet je zelfs even nadenken wat het nu precies is wat je in je hoofd aan het beluisteren bent. Op zo’n moment zit een plaat in je systeem en weet je dat je die muziek blijkbaar geweldig vindt.

In het boek ‘Kafka on the Shore’ van Haruki Murakami trekt Kafka, de hoofdpersoon door een onbegaanbaar, duister bos. Hij heeft een liedje in zijn hoofd, dat een soort ritme wordt en samenvalt met de trek door het woud. Bepaalde passages van het lied herhalen zich in zijn geest, koortsachtig.

Koorts doet rare dingen met je. Ik heb eens, half grieperig, een muur staan witten. Dat ik een nummer van Alicia Keys in m’n hoofd onverbiddelijk op repeat had staan maakte mijn toestand er niet beter op.

Nee, dan Grizzly Bear. De wandelingen, de overdenkingen, de rijen strandhuisjes, het gebleekte zand. Ik merkte dat ik blij was om de zee te zien, zo aan het eind van de dag. Slippers uit en rennen maar.

Voor mij klinken de nummers op Veckatimest als popliedjes. Met een rare tangent erin, dat wel. Grizzly Bear wordt door deze en gene in één adem genoemd met de Beach Boys. Ik ben geneigd te zeggen dat de Beach Boys veel ‘amerikaanser’ klinken dan Grizzly Bear, alhoewel laatstgenoemden uit Brooklyn afkomstig zijn. Ik zou, als amerikanofiel, die connectie graag willen leggen, maar in mijn beleving klinken de liedjes van Grizzly Bear veel meer als een wind die alle kanten tegelijk opgaat. Ik weet alleen het Friese woord voor dit fenomeen; twirre. Dat je op straat om de hoek van een gebouw loopt en ineens waait je haar recht omhoog, links, rechts, alles in één keer. De liedjes zijn laagjes, hard en zacht over elkaar heen gelegd, met hier en daar crescendo’s.  Galmend. Stuwend.

Vorige week stonden ze in de grote zaal van de Melkweg. Uitverkocht. Door de belichting leek het zo nu en dan alsof de mannen onder water speelden. De flesjes, met daarin lichtjes, die bij wijze van sfeermaker aan stellages waren gehangen, deden me denken aan flessenpost. Aangespoelde dingen. Ze brachten één van mijn favoriete nummers ten gehore; Fine for Now.

If we’re all faltering, how’d I help with that?
If it’s all or nothing, then let me go.

If it’s all or nothing, then let me go.

Ontroerend mooi.

Het was een geweldige show.

Godflesh en film

vrijdag, december 12th, 2008

In het cd-boekje van het album “Selfless” (1994) van Godflesh prijkt een filmstill uit “Meshes of the Afternoon” (hier beneden, links) van Maya Deren. (wiens films kunnen worden geschaard onder het Surrealisme, zoals de films van Buñuel en Cocteau). Toen ik de cd aanschafte wist ik dat niet. Maar het artwork van Godflesh’ albums is merkwaardig en lijkt uit een context gegrepen, alsof je meer beelden nodig hebt om dat ene moment te begrijpen. Nu weet ik waarom. De beelden (in ieder geval de eerste 5 à 6 platen/remixes) komen uit (underground) films.

selfless2.jpg

Ik had over “Meshes In the Afternoon” gelezen in het boek “Lost Highways” van Jack Sargeant en Stephanie Watson. De films van Maya Deren schijnen een grote inspiratie voor David Lynch te zijn geweest. Als rechtgeaarde Lyncheonite ging ik op zoek naar het werk van deze Deren. Wat is Youtube dan een paradijs, een virtuele film-o-theek om uren in rond te struinen. Granted, er staat allerhande rotzooi op van mensen die in de veronderstelling verkeren dat hun filmische grappen en grollen wereldkundig moeten worden gemaakt. Maar tussen de enorme bult stinkend kaf is ook welriekend koren te vinden.

merciless-copy.jpg

Ik ben op sites als Amazon en Bol.com nooit zo geïnteresseerd in de ‘mensen-die- dit-leuk-vinden-kochten-ook’ feature. Op Youtube kan ik er geen genoeg van krijgen; ik klik door en door op de suggesties die rechts op mijn scherm verschijnen. Zo ook op Wikipedia; uiteindelijk weet ik niet meer met wat voor zoekopdracht ik aanvankelijk begon en voelt het alsof ik in een hele grote bibliotheek ben verdwaald. Right on!

De ongemakkelijke atmosfeer van “Meshes”, de hypnotiserende muziek, het onvermogen om droom en werkelijkheid van elkaar te kunnen onderscheiden maakt de brug naar Lynch’s werk makkelijk oversteekbaar. Scènes in de film Lost Highway, bijvoorbeeld, spiegelen scènes uit Meshes, maar al te letterlijk hoef je die referentie niet te nemen; wat overeenkomsten betreft is het ongrijpbare, het surreële, het onnoembare, interessanter en hoeft niet als zodanig doodgeanaylseerd te worden. Ik bedoel; Lynch films analyseren is zó 1992, get real!

streetcleaner2.jpg

Nu had ik het boek “Lost Highways” in 1999 aangeschaft, maar You- of wat voor tuberigheden waren niet te vinden op internet. Ik had ook nog geen internet thuis, laat staan een computer.

Maar in dit  FIY (film it yourself) tijdperk worden ook films die tot de cinematografische onderstroom behoren (Meshes of the Afternoon, Lucifer Rising, Flaming Creatures, Desperate Living, Hold Me While I’m Naked, Thrust In Me, en X is Y, om er een paar te noemen) ge-upload. Gewoon zoeken en blijven zoeken. Er bestaat een goeie kans dat datgene wat je zoekt ten langen leste op Youtube verzeild raakt.Copyrightsgewijs weet ik niet hoe de vork in de steel zit. Maar het feit dat deze films (alas, soms maar ten dele) nu ergens te zien zijn is naar mijn mening een goede zaak. In het boek “Deathtripping, The Cinema Of Transgression” (ook door Sargeant) staan distributie-adressen waar je de films in kwestie zou kunnen bestellen. De eerste druk dateert uit  1995, dus dvd of Blueray zit er helaas niet in. Zelfs ìk heb mijn videorecorder ten grave gedragen, dus Youtube is een regelrechte uitkomst.

De Cinema of Transgression-beweging (lees hier het manifest), waarover wordt geschreven in het gelijknamige, hierboven genoemde boek, ontstond in de jaren ‘80 van de vorige eeuw, en was min of meer verweven met de No Wave muziekscene (Sonic Youth, Foetus, Swans, Lydia Lunch, Glenn Branca) in New York.Deze zogenaamde No Wave Cinema werd later aangeduid als Cinema of Transgression. De term werd bedacht door Nick Zedd, om een ondergrondse filmbeweging aan te geven die zich onderscheidde door gebruik te maken van shock-effecten, humor en trash-ethetiek.

Jack Smith (Flaming Creatures) en Kenneth Anger (Lucifer Rising) waren enkele  inspiratoren c.q. gangmakers van de transgressionele filmbeweging. Richard Kern (X is Y) schoot een videoclip voor Sonic Youth (Death Valley 69) waarin de bandleden als een soort van Manson Family worden getypeerd.(Saillant detail: Bobby Beausoleil, die de muziek componeerde voor Kenneth Angers’ cult klassieker “Lucifer Rising” sloot zich aan bij de Manson Family. Hij had ruzie gekregen met Anger en had het grootste gedeelte van de originele film in bezit. Het gerucht gaat dat de film in de woestijn, waar de Family hun kampement had opgeslagen, is begraven). Ook Lung Leg, een underground film-icoon, speelde in de clip van Death Valley 69, alsmede in films van Kern (I Killed You First).

Ook dichteres/zangeres Lydia Lunch was (en is) zowel in film als muziek te vinden; ze bracht albums uit (Oral Fixation, Queen of Siam) en ze werkte samen met Foetus op het de mijn ogen magistrale plaat YORK. Lunch maakte de film “Right Side Of my Brain” en speelde o.a. in “Black Box” van Beth B.

Het nummer “(0-0) Where Evil Dwells” van Wiseblood (Foetus en Roli Mosimann, de drummer van Swans) verwijst naar de gelijknamige film van transgressie-filmers David Wojnarowicz en Tommy Turner, over Ricky “The Acid King” Kasso, een 17-jarige scholier uit Northport,Long Island die in 1984 een leeftijdsgenoot vermoordde en vervolgens zei dat Satan hem daartoe had aangezet. Niet lang daarna pleegde hij zelfmoord in de gevangenis. Ook “Satan Is Boring” van Sonic Youth gaat over Kasso.

Terug naar Godflesh. Ontstaan uit de groep Fall Of Because brachten zij in 1989 hun eerste album “Streetcleaner” uit. De tracks op deze plaat (en de albums die daarop volgden) zijn apocalypisch, doordrenkt met nihilisme en frustratie (Een drummachine, die vooral tijdens de eerste platen dienst deed als ritmesectie, werd keurig gecredit als “drummer”. In het nummer “Perfect Skin Dub” (Slavestate, 1991) loopt de drumcomputer op een gegeven moment in en uit de maat; deze is iets te snel afgesteld).De langzaam dreinende gitaren maken de muziek intens en zwaar. Een soort van marteling. De sound van Godflesh herbergt invloeden van Brian Eno, Black Sabbath en Swans (een eeuwig terugkerend onderwerp; bands geïnspireerd door Swans braken door, dit in tegenstelling tot de Swans zelf. In een live chatsessie een paar jaar geleden met Swans voorman Michael Gira en (muzikale) partner Jarboe werden er ook herhaaldelijk vragen gesteld als: “Don’t you agree Godflesh ripped off your sound?” Gira reageerde niet op deze opmerkingen).

pure2.jpg

De eerste albums kocht ik devoot, de latere (vanaf 1996) boeien me minder. Dat komt omdat ik niet zo van metal hou en ik heb het gevoel dat de gitaren daar meer als rock-element aanwezig zijn. De eerst platen van Godflesh hebben iets ondefinieerbaars, iets machinaals gecombineerd met een zekere droefheid en menselijk falen. Dat is tegelijkertijd wat me zo fascineert aan het artwork van deze band; ze refereren aan films door stills in cd boekjes af te drukken en creëren zo een eigen universum, de beelden vormen een schijnbare eenheid terwijl ze bijelkaar zijn gezocht, een combinatie zijn van totaal verschillende rolprenten. Dat is wat snapshots doen; door hun vluchtigheid suggereren ze bijna automatisch een achterliggend verhaal.

Nadat ik “Meshes” had bekeken googlede ik met de zoekterm “Maya Deren Godflesh”. Hier is een complete pagina gewijd aan de verzameling beeldmateriaal in cd-boekjes en hoesjes van Godflesh.

De stills voor de cd-boekjes zijn bijna allemaal gefotografeerde tv-beelden (door de bandleden zelf. Ik ben er niet uit of dat nu onder de noemer ‘citeren’ valt; daarvoor leunt de opmaak teveel op de filmbeelden). Soms lijkt er ingezoomd; maar net als in “Lost Highway” van David Lynch waarin Fred een videotape afspeelt waarop het afgeslachte lichaam van zijn vrouw Renee wordt getoond, maakt inzoomen het onderwerp allen maar diffuser, complexer, onduidelijker. De grofkorrelige ontoereikendheid van het tv- scherm voegt iets toe aan de geleende beeldtaal van Godflesh. Technologie als kille vastlegger, emotie wordt onverschillig weggefilterd.

slavestate.jpg

5 days off 2008

dinsdag, juli 8th, 2008

Het is inmiddels een hele klus geworden; Elk jaar de overweging: zal ik eens een kijkje nemen op het 5 Days Off Festival? “Wat een onzin”, zal de verstandige lezer concluderen; “als je ernaartoe wit, dan ga je toch? wat houdt je tegen, maf wijf?” Op één of andere manier kwam het er nooit van. Die één of andere manier staat natuurlijk gewoon voor slordigheid “huh…5 days off is al geweest?”, luiheid “o ja..misschien ga ik nog”, of “geen afdoende liquide middelen”. Vergis je niet. Mijn vriendenkring heeft een bijna mythische status wanneer het gaat om mislukte ondernemingen en net gemiste concerten en feesten. We hebben een anti-reputatie hoog te houden. Dit jaar vertoonde de eerste scheuren van die reputatie; ik besloot daadwerkelijk iets te ondernemen.

Dag 1: Hercules and Love Affair

Aanvankelijk wilde ik Santogold zien optreden, maar zij zegde af vanwege stemproblemen. Ik belandde bij Hercules and Love Affair. Het voelde alsof ik met één been terugstapte naar circa 1991. Ik zou kunnen zeggen dat Hercules and Love Affair disco met funk en dance mengt, maar dat klinkt zo ontzettend belegen, alhoewel het wel een deel van de muzikale lading dekt. Ik hoorde tussen de regels door invloeden van Arthur Russell, Jazzy B, acid effecten, iemand zei “Moroder!” Tel daarbij op live blazers en je hebt een behoorlijk explosieve live act. Ik heb de Madchester periode als zodanig niet bewust meegemaakt, maar ik had het gevoel dat Hercules in de Hacienda op z’n plaats was geweest. Het optreden voelde bijna als een set: alles werd back to back in elkaar gedraaid.

Op internet las ik verschillende reacties op het album van Hercules and Love Affair (ik denk dan aan een quote van Overheard in New York, waarin een man na een theatervoorstelling op Broadway tegen zijn vrouw zegt: I haven’t read the reviews yet, but i think i like it! Veel muziekliefhebbers vinden dat recensenten azijnpissers zijn die hun zure zeik graag laten neerspetteren op de parade van nieuwe releases. Maar ik wentel me nog steeds in alle recensies die ik maar kan vinden. Zei iemand ’snob?’). Pitchfork is lovend (en suggereert een toekomstige route tussen Shriekback en The Knife). Op Musicmeter zijn de reacties gemengd. Velen zijn van mening dat het ‘revival’ kunstje niet lang beklijft. Ik herinnerde me een recensie over de laatste plaat van de Newyorkse band Lansing Dreiden, waarin de schrijver concludeert dat het ‘wel ok is,maar niet mijn favoriete jaren ‘80 bandje’.

Beide bands refereren aan een bepaalde tijdsperiode, maar brengen daarin een eigenheid en een durf voor het voetlicht waarvan ik niet begrijp dat dit door sommigen blijkbaar over het hoofd wordt gezien. Lansing Dreiden is een collectief waarin reclamemakers, kunstenaars, vormgevers en illustratoren zich hebben verenigd. Het concept ‘Lansing Dreiden’ wordt zorgvuldig uitgemeten, van de live optredens (door de L-D Section, waarin geen van de bandleden speelt omdat ze als vormgevers/ kunstenaars/ illustratoren/ reclamemakers gebonden zijn aan deadlines en dergelijke. Sommigen vinden dat arrogant) tot de vormgeving en het algehele aanzien van de groep.

Dat L-D leentjebuur speelt bij wat er zoal in de jaren 80 werd uitgebracht is een feit. Maar dat wordt vakkundig gemangeld en vervormd tot er een eigenzinnig, hetzij eclectisch, geluid ontstaat. Zowel Hercules and Love Affair als Lansing Dreiden weten overdadige orchestratie gepast te balanceren met ingetogener nummers.

Live was Hercules in ieder geval in topvorm, IMHO.

Verder nog 1 nanoseconde genoten van Neon Neon (5 dagen vrij of niet; het openbaar vervoer feest niet mee), ook warm aanbevolen (Neon Neon, niet het OV)!

Dag 4: Venetian Snares, Bong Ra

Van een geheel andere orde was de zaterdagavond, waar Paradiso in het teken stond van knetterharde elektronische k- herrie. Bong Ra had ik in 1999 eens live zijn ding zien doen, toen in het voorprogramma van Godflesh (Ik moet bekennen dat ik er bar weinig meer van weet, behalve dat ik er zeker van was dat ik eerder (want harder) naar een Godflesh concert had moeten gaan, zo rond 1989. Maar toen was ik 12, en hield nog van Milli Vanilli). Bong Ra (het orakel internet leerde mij dat hij in de stoner-metalband Celestial Season heeft gespeeld) warmde de zaal op met een set, die dansbaarder was dan ik in eerste instantie had verwacht, het was tevens een mooie inleiding op het optreden van Venetian Snares. Ook hier werd druk bewogen. Voor muziek opgebouwd uit veelal onregelmatige maatsoorten (7/4, 13/7) is dat nog een behoorlijke opgave, ware het niet dat zijn tracks verbazend soepel voorstuwden.

Aaron Funk a.k.a. Venetian Snares (slechts één van zijn shitload aan aliassen) is een muzikale kliko; zijn -nu al- immense oeuvre laat zich qua variëteit nog het best vergelijken met Pantone kleurenwaaier.

V-snares wordt vaak in één adem genoemd met Aphex Twin en Squarepusher. Toch hakt hij een geheel eigen spoor door de breakcore/noise jungle.

Recensenten zouden in deze met twee zinnen kunnen volstaan: Je had erbij moeten zijn. Echt een memorabele gig.

Invincible- Shapeshifters

vrijdag, juli 4th, 2008

 

Shapeshifters is het debuut van de Detroitse emcee Invincible. En staat meteen in mijn lijstje van beste hiphop releases van 2008. Ik kende haar werk van het album Two/Three van Dabrye, waarop ze het nummer Viewer Discretion en Get it Together (beide nummers samen met Finale) voor haar rekening neemt. Ik speurde wat rond op internet om te kijken of er meer van haar was uitgebracht. Ten langen leste vond ik de clip voor “Locusts” op Youtube. Hierin rapt ze, wederom bijgestaan door Finale, over de teloorgang van de stad Detroit, waar, net als in zoveel andere steden in de V.S. hele gemeenschappen worden ontwricht door prestigieuze nieuwbouwprojecten zoals snelwegen en winkelcentra waarin de menselijke maat totaal is verdwenen. Letterlijk larger than life. De bewoners hebben geen inspraak in de bouw (grote conglomeraties varen hier wel bij. De Wal-Mart, Mall-Wart in de volksmond, pleegt roofbouw op de plaatselijke economie door een groot filiaal te bouwen, waardoor kleine winkeliers kopje onder gaan tengevolge van oneerlijke concurrentie. Is de winst binnen, dan verkast de Wal-Mart naar een andere stad, om daar het truukje te herhalen. Wat rest is een spookterrein bestaande uit een enorm leegstaand winkelgebouw met omgeven door een parkeerterrein ter grootte van ettelijke voetbalvelden). In de late jaren 30 van de vorige eeuw maakte de Major Deegan Expressway korte metten met de verbondenheid en organische ontwikkeling van het gemeenschapsgevoel in de South Bronx, zoals opgetekend in het boek South Bronx Rising van Jill Jonnes

  

In “Locusts” wordt de track onderbroken door verhalen van bewoners die hun buurt zien verloederen. De wijk verwordt tot een bouwput, mensen trekken weg. Brandjes en andersoortig vandalisme doen de rest. Vaak wordt een leegstaand flatgebouw gestript; alles van waarde zoals koperen leidingen worden eruit gesloopt. Als het gebouw niet méér is dan een hol stenen omhulsel wordt het in brand gestoken. Dat gebeurt door vandalen, maar ook door ploegen ingehuurd door een projectontwikkelaar. De grond is veel geld waard en een brandje versnelt de procedure aanzienlijk. De clip is een combinatie van activisme, videoclip en documentaire. 

 

Invincible’s bevlogenheid is bewonderenswaardig. Politiek beladen onderwerpen worden niet geschuwd; het Israelisch-Palestijns conflict, onverholen kritiek op de aan de oppervlakte voorbeeldige leefomgeving van Ann Arbor en Ypsilanti en een ambivalente liefdesverklaring aan de Verenigde Staten (Oh beautiful, with your spacious skies, i want to love you but you hide behind a fake disguise).

Nu zul je zeggen: “Maar Ytje, is het dan niet gortdroog allemaal? Boze, verontwaardigde teksten over misstanden, is dat niet erg deprimerend?” Mijn antwoord is: “Allerminst, mijn beste.” Invincible’s flow is van een enorme densiteit, maar veel beter te volgen dan bijvoorbeeld de lyrics van El-P. Invincible heeft het talent complexe politieke en sociaal-maatschappelijke problemen terug te brengen tot een simpel woordenspel. Haar perspectief is van een nuchterheid, waarbij het holier-than-thou gepreek achterwege blijft. Tel daarbij op de geweldige productie van o.a. Wajeed, Black Milk, Lab Tech, House Shoes, Belief: semi-klassiek spiralende synths in “Recognize”, de vervormde gitaren in het intro “State of Emergency” en het apocalyptische landschap van voortslepende mininaliteit in “Locusts.”

 

Vergeet D-12. Vergeet Eminem. Check deze lichting: Anomolies, Wordsworth, Indeed, Finale (die daarenboven allerminst new on the block zijn). 

 

Of zoals Invincible het zelf stelt: ”Music’s not a mirror to reflect reality….it’s a hammer with which we shape it!”

Hiphop, hipsterdom en de BBC

woensdag, januari 16th, 2008

Toen we op 4 januari uit Berlijn vertrokken en ’s avonds thuis arriveerden was het binnen ijskoud. De HR-ketel was uitgevallen en we kregen ‘m met geen mogelijkheid meer aan de praat. Alle installatiebedrijven en storingsdiensten hadden nog vakantie, en na wat telefonisch van-het-kastje-naar-de-muur-gestuur gaven we het op; een weekendje in de kou it was.

En zo kon het gebeuren dat ik op zaterdagavond, gekleed in enkele shirts, een gewatteerde trui, muts, maillot en joggingbroek, gewikkeld in een slaapzak, Boomsma vlierbessenlikeur nippend, televisie zat te kijken. Onder andere naar een voorstelling van Theo Maassen. π had een warmer heenkomen gezocht, ergens bij vrienden. Die vlierbessenlikeur had ik in een zwarte plastic zak gedaan, een eurotrash equivalent van de welbekende overzeese bruine papieren zak. Het sloeg nergens op, die plastic zak. Maar het was een noodtoestand, en net als in oorlog en liefde was in deze kleine noodtoestand alles geoorloofd. Ik waande me een Rus, zo ingepakt en drinkend om warm te blijven. Alhoewel ik dat niet met feiten kan staven; ik weet niet of Russen op zaterdagavond ingepakt voor de tv zitten. Ze kijken naar alle waarschijnlijkheid niet naar een voorstelling van Theo Maassen, maar dit terzijde.

tv-blog.jpg

Eerder op de avond raakte ik tijdens het zappen verzeild in een muziekprogramma dat Sound heette. De titel van het programma was niet alleen erg toepasselijk en to the point; het was ook nog eens een goed programma. Kanaal 16: Dat betekent bij ons BBC 2. “Laat kwalitatieve programma’s maken maar aan de Britten over”, dacht ik bij mezelf. Ik dacht dit niet voor de eerste keer.

Sound werd gepresenteerd door twee jonge mensen die zelf ook een achtergrond in de muziekbiz hadden. Aanstormend talent en bekende artiesten werden geïnterviewd. Er werd aan ze gevraagd van wie zij muzieksgewijs grootse prestaties verwachtten in 2008. De beloftes van 2008 werden dan ook gefeatured; The Foals, Late Of The Pier, Adele (Popbitch was al erg te spreken over deze dame). Afleveringen van Sound zijn te bekijken op internet.

Ik keek meteen op bovenstaande link om te kijken of ik nog iets had gemist (ik viel het programma halverwege binnen). Maar daarvoor moest je het hele programma weer bekijken. Internet maakt soms ongeduldig vanwege de sheer possibilities die inherent zijn aan dit medium, dus ik klikte wat heen en weer op de BBC site. Ik herinnerde me een BBC Essential Mix van Black Strobe die π eens via het wereldwijdeweb had opgesnord, dus ik vroeg me af of er nog meer van die remixes beschikbaar waren. Op http://www.bbc.co.uk/radio1/essentialmix/ kun je de laatste sets beluisteren. En op Newmixes.com zijn deze remixes gratis (donatie-basis) en legaal te downloaden! Op newmixes.com vind je bovendien allerlei mixes van vooraanstaande artiesten en producers, o.a. Dizzee Rascal, Westbam, Roger Sanchez, Armand van Helden, Todd Terry en the Stanton Warriors.

Die laatste(n) gaven een mix sessie ten beste in het programma van Annie Nightingale. Ze sprak met Dominic Butler van de Stanton Warriors die een nieuwe track van hun hand liet horen: Precinct, naar de film Assault on Precinct 13 uit 1976. Regisseur John Carpenter schreef ook de score voor zijn film. Het nummer Precinct is geinspireerd op de soundtrack; Carpenter’s muziek leunt altijd sterk op synthesizerklanken en drumcomputers, die zijn films een apocalyptische sfeer geven. Ik kan deze track van de Stanton Warriors zeker waarderen; ik heb de soundtrack van Carpenter’s Escape From New York in iTunes staan. Helaas heb ik de geremasterde versie (persoonlijk geef ik de voorkeur aan de originele soundtrack, op LP), maar dat mag de pret niet drukken.

Awel, op een gegeven moment vraagt Annie Nightingale aan de Stanton Warrior of hij iets meer kan vertellen over een muziekstroming en dresscode die in New York en Baltimore (B-more!) opgeld doet; hipsters die skinny jeans en kleurige baseballcaps combineren met dito sneakers en nepgouden kettingen. Ik dacht even aan de rapgroep uit Newport, Verenigd Koninkrijk, die zich letterlijk Goldie Lookin Chain noemen. Hun fanbase bestaat ook uit lui met te grote zonnebrillen en meisjes met nepgouden protserige sieraden. Allemaal good fun. Want buiten de meligheidsfactor vond ik de GLC een erg leuke en welkome afwisseling in het vaak nogal serieuze hiphopwereldje.
xmas.jpg

Om met hun eigen woorden te spreken: You knows it!

Enfin, hiphop meets hipster meets urban meets electro meets rock. Snelle breaks met rap en dergelijke. Hipsterhop?

Op Myspace kwam ik gerelateerde voorbeelden tegen: de übercoole Leslie Hall. Afkomstig uit Ames, Iowa beheert ze een gem sweater museum (zien is geloven!). Gekleed in een goudkleurige legging treedt ze op met haar hiphop formatie Leslie and the Ly’s (momenteel bestaande uit Obese E, Mona Bonez en Dr. Laura).

leslie_and_the_lys.jpg

Scream Club wordt gevormd door Sarah Adorable en Cindy Wonderful. Dit trashy uitziende koppel combineert raps met electro en gamegeluiden, plus hier en daar een vuige housebeat.

image_100_1.jpg

Waar een kapotte HR-ketel al niet toe kan leiden. Meteen na het weekend kwam een monteur de boel repareren. De ontsteking was stuk. Iets met ionen.