Archive for the ‘steden’ Category

The Shield vs The Wire

dinsdag, juli 6th, 2010

*May contain spoilers*

Je kent het misschien wel. Je praat met iemand over tv series en je zegt dat je The Shield een gave serie vindt. De steevaste wedervraag is altijd: “Heb je The Wire weleens gezien dan?” Super irritant vond ik dat. Alsof The Wire een betere serie zou zijn dan The Shield. Pffft.
Natuurlijk is The Wire ook zo’n serie waarvan ik wist dat ik ‘m uiteindelijk zou gaan kijken, maar dit terzijde.

Een niet representatieve, onbedoelde poll mijnerzijds op Facebook liet zien dat veel vrouwen The Wire verkozen. Dat heeft zijdelings te maken met de aantrekkelijker acteurs. ‘En het minder hoge shoot em up gehalte’ typte ik er bijna achteraan. Waarmee ik zou impliceren dat vrouwen niet van aktieseries zouden houden en alle stereotypen die daarmee samenhangen. Zoals de Amerikanen het zo mooi uitdrukken: I ain’t touching that with a ten foot pole.

Ik kwam per toeval eens terecht op rtl5. Het was een doordeweekse avond. Op een tijdstip waarvan je vermoedt dat alles wat Nederlandse commerciëlen nog te bieden hebben betsaat uit primaire en secundaire geslachtsdelen.

Toch bleek er iets bekijkwaardigs; The Shield. Ik werd meteen meegezogen. Eerst probeerde ik elke week te kijken, maar door de voortdurende wisseling van programmering deed ik wat vele anderen deden en waardoor o.a. HBO zo’n ontzettend succes is geworden; ik kocht de seizoenen op dvd.

Tv-series achterelkaar op dvd kijken is geweldig. Als ik vroeger had geweten dat ik als volwassene zo nu en dan achterelkaar enorm veel gave tv zou gaan kijken, was ik de nachtjes slapen gaan afstrepen. Mijn enthousiasme voor film en tv begon met zo’n beetje met de film “Goonies”.

Goonies was een van de eerste videofilms die ik keek. Het was op een verjaardagsfeestje bij een klasgenootje. Doodsbang was ik geweest, omdat ik zeker wist dat het een heel enge film was. De bordkartonnen Sloth had ik gezien in de etalage van de videotheek Vifi2000 en elke keer als we daar langsreden met de auto keek ik uit voorzorg de andere kant op.
Natuurlijk was de film in kwestie totaal niet eng, alhoewel ik heel trots op mezelf was dat ik de aftiteling had gehaald. Kon ik in de klasgenotenboekjes eindelijk “Stranded” vervangen door “Goonies”. Stoer!

Niet dat ik nog steeds met m’n handen voor de ogen tv kijk. Dat is trouwens niet helemaal waar; ik deed dat bij Se7en, The Ring 2 (!) en Sex and the City 2. Die laatste was uit puur afgrijzen.

The Shield speelt zich af in het fictieve Farmington District in Los Angeles. Een omgebouwde kerk, dat in de volksmond the Barn wordt genoemd, doet dienst als politiebureau.
Het Strike Team, geleid door Vic Mackey, is in het leven geroepen om het bendegeweld in te perken. Dit team is gebaseerd op de Rampart Division CRASH Unit (en het schandaal waarin deze divisie verwikkeld was). Het doel heiligt de middelen, de leden van het team buigen en breken regelmatig de regels om gangsters achter de tralies te krijgen. De unit staat onder grote druk om de misdaad in recordtijd te laten dalen; alleen dan is het voortbestaan van het Strike Team te verantwoorden. Deze situatie zet de toon voor corruptie onder de leden van het team.

Vic is een ruwe bolster blanke pit type, een arrogante agent met vrienden hogerop, die er geen been in ziet om een bendelid met zijn gezicht op een hete inductieplaat te drukken teneinde hem informatie te onfutselen. Voor hulpbehoevende vrouwen en kinderen daarentegen speelt hij de redder in nood.
Shane Vendrell is een redneck en een onstabiele factor in het team. Hij voelt zichzelf snel in zijn eer aangetast en lost dat op door met zijn vuisten te praten. Curtis Lemansky, Lem, is een surfertype met een penning. Hij is de spierkracht en het meest gewetensvol. Ronnie Gardocki, de electronica-expert, blijft in het begin wat op de achtergrond, later verandert dit wanneer gangsters wraak nemen met betrekking tot het inductieplaatincident. Hij blijkt de meest stabiele van het stel.

Meteen in de eerste aflevering betreedt het team een moreel ambigue wereld door hun collega Terry Crowley dood te schieten tijdens een inval bij een drugsdealer. Crowley verzamelde belastend materiaal over het Strike team in opdracht van de hoofdispecteur David Aceveda.
Het is een koelbloedige afrekening van Mackey’s kant, en het is interessant om te zien dat deze zak hooi toch zoveel sympathie weet te wekken onder de kijkers. Ik merkte dat bij mezelf ook. Wanneer Jon Kavanaugh van Interne Zaken in het vijfde seizoen de gangen van het Strike Team nagaat, merk je toch dat je hevig op Team Mackey zit te wedden.

David Aceveda: “He’s Al Capone with a badge!”
Claudette Wyms: “Al Capone gave the people what they wanted.”

De aflevering van The Shield bevatten meerdere verhaallijnen. Verschillende personages worden gevolgd, zoals Dutch Wagenbach, een slungelige rechercheur van middelbare leeftijd in een slechtzittend pak, en Claudette Wyms, zijn partner, een vrouw die voor niets of niemand uit de weg gaat.
De hoofdinspecteur van het bureau, David Aceveda, ambieert een functie in de lokale politiek. Hij begeeft zich in een wereld waar hang naar status en politieke spelletjes aan de orde van de dag zijn. Het moeras van belangengroepen, invloedrijke projectontwikkelaars, en regelrechte chantage maakt waar het uiteindelijk om gaat -een leefbare omgeving voor de bewoners van Farmington- moeilijk te bewerkstelligen.

Dat wordt al pijnlijk duidelijk wanneer Aceveda nog gewoon in the Barn werkt. Ben Gilroy, Aceveda’s baas, heeft een affaire met een vrouw die percelen in een bepaalde buurt opkoopt om er vervolgens mee te speculeren. Statistisch gezien klopt de politie-inzet in die buurt, maar in de praktijk schiet het toezicht ernstig tekort. Gilroy weet dit; hij kan een schoonmaakactie afkondigen mocht het geweld de spuigaten uitlopen. De vele leegstaande panden worden dan gesloopt en de nieuwbouw wordt voor riante prijzen verkocht. Het is een harteloze manier om winst te maken.

“In politics, deception is reality.”

Het camerawerk is ‘op de huid’, als toeschouwer kijk je mee over de schouder van degene die in beeld is. De camera staat geen moment stabiel en imiteert zoveel mogelijk de menselijke kijkrichting; wanneer een eventuele verdachte wordt gesignaleerd in de omgeving, zoomt de camera eerst extreem in, om vervolgens ook de omgeving en dus overzicht te tonen waarin de verdachte zich bevindt. Het beeld host en gaat op en neer gedurende een achtervolging. Zo voelt The Shield direct en rauw aan. Je krijgt veel van de buurt te zien en je voelt als het ware de drukkende hitte.

shield3.jpg

Wat Mackey en zijn mannen allemaal flikken, een roofoverval op een Armeens geldtransport incluis, is soms wel erg fantastisch. Net als in ER is de actie übergeconcentreerd, niemand kan onder zo’n enorme druk werken en er een privéleven op nahouden.

Ook The Wire gaat over politieagenten en bendes. Het eerste seizoen staat in het teken van een speciale eenheid die door middel van afluisterapparatuur (wire) een grote drugshandelaar, Avon Barksdale, in de kraag wil vatten. Dit proces verloopt heel wat minder sensationeel dan in The Shield; namelijk wachten en surveilleren tot er bruikbare informatie binnenkomt.
Cedric Daniels, een consciëntieuze politieman, wordt tot leider van de eenheid benoemd; hij geeft leiding aan o.a. Jim McNulty, een goede agent, maar ook een ongeleid projectiel.

Binnen het politieapparaat in Baltimore kleurt men niet altijd binnen de lijntjes. Een aantal rookies, te weten Thomas Hauk, Ellis Carver en Roland Pryzbylewski (de laatste maakt een carrière-switch; in seizoen 4 is hij onderwijzer) wreken zich op hangjongeren, waardoor de explosieve sfeer in West Baltimore escaleert.
Formulieren worden ingevuld met niet bestaande getuigen zodat onwettig/ongeoorloofd verkregen bewijs toch zijn doorgang naar de rechtszaal vindt.

Willen agenten oprecht misdaad bestrijden of liggen eigen motivaties ten grondslag aan het bestrijden van criminele elementen?
Mackey en zijn team hebben schijnbaar plezier in intimidatie en chantage van gangsters. McNulty vindt het belangrijk om criminelen slimmer af te zijn. Hij behandelt misdaden als een persoonlijke puzzel (‘They don’t get to win, we get to win!’). Dutch Wagenbach hoopt op een zaak van Ted Bundy-achtige proporties, en draaft qua terminologie nogal eens door in zijn analyses.

Elk seizoen van The Wire belicht een bepaald aspect van de samenleving. In het eerste seizoen zijn dat de projects aan de westzijde van Baltimore, alwaar Barksdale zijn waar slijt. Alle gangsterrap ten spijt; er wordt getoond hoe eentonig en slopend het straatleven is.
Niet alleen het perspectief van de politiemacht wordt getoond, maar ook dat van de dealers en de verslaafden. Zo vormt The Wire een sociaal drama, een epos, waarin verschillende verhalen met elkaar worden verweven zodat je een overzicht van Baltimore als stad krijgt. Ook is het goed opletten geblazen; even naar de keuken lopen voor een kop koffie is niet aan te raden want je mist algauw een detail of twee. Het denkwerk wordt aan de toeschouwer overgelaten.

wire1.jpg

Seizoen 2 gaat over de havenwerkers, een uitstervend ras. Seizoen 3 belicht een nogal onorthodoxe aanpak van het drugsprobleem in East Baltimore. Raadslid Tommy Carcetti stelt zich verkiesbaar als burgemeester, hij komt in hetzelfde wespennest terecht als Aceveda in The Shield. Seizoen 4 en 5 gaan respectievelijk over het schoolsysteem en de gedrukte media; de redactie van de Baltimore Sun.

Een opvallend personage binnen de seizoenen van The Wire is Omar Little. Omar is een homoseksuele gangster die de Barksdale organisatie regelmatig berooft van geld en drugs. De drugs gooit hij weg. Omar is een free agent, een renegade. Zijn vriendje wordt als wraak op een vreselijke manier ter dood gebracht; zijn lijk wordt gedumpt op het dak van een auto. Vanaf dan zijn “B” en Little gezworen vijanden. Wanneer Barksdale het veld moet ruimen voor de nieuwe kingpin Marlo Stanfield, gaat Omar door met zijn activiteiten. Zelfs een gebroken been na een vluchtpoging van een balkon houdt hem niet tegen.

Zowel The Shield als The Wire staan bol van de memorabele scènes. In het derde seizoen van The Wire koopt Snoop, lid van Marlo Stanfield’s bende, een spijkerpistool. De verkoper informeert haar over de verschillende modellen en ze neemt het exemplaar dat hij adviseert. Ze geeft de verkoper een stapel biljetten met de woorden: “This should do it”. De verkoper reageert verschrikt, verwijst haar naar de kassa en zegt en dat ze hem te veel geld geeft. Snoop antwoordt: “Nah man you go handle that for me man. And keep the rest for your time.” Wanneer de verkoper protesteert zegt ze: So what man, you earned that buck like a motherfucker, man. Keep that shit.”
De (hilarische en tegelijkertijd beangstigende) monoloog die de verkoper duidelijk maakt wat voor type Snoop is en waar ze voor staat, geeft aan dat hier twee mensen met elkaar praten wiens werelden mijlenver van elkaar verwijderd zijn.

“Cadillac of nailguns. He meant a Lexus, but he ain’t know it.”

In het vijfde seizoen van The Shield speelt Forest Whitaker een agent van Interne Zaken, Jon Kavanaugh, die onderzoek doet naar de malafide praktijken van het Strike Team. Het inrekenen van Mackey wordt een ware obsessie voor Kavanaugh en hij doet hetzelfde waarvan hij Mackey beschuldigt: hij laat de regels voor wat ze zijn en wendt alles aan om het team in te rekenen. Whitaker speelt de persoon Kavanaugh met verve, griezelig en dreigend. Op het moment dat hij beseft dat de arrestatie van Mackey hem door de vingers glipt volgt er een woedeuitbarsting waarbij je je afvraagt of deze man überhaupt nog zal kunnen functioneren binnen het politiecorps.
Kavanaugh intimideert Lemansky, lid van het Strike Team zodanig dat deze zich gedwongen voelt afluisterapparatuur te dragen. Hij is betrapt met een pakket heroine, en Kavanaugh gebruikt dit feit om een wig tussen de leden te drijven. Wat volgt is een subliem kat en muisspel, waarbij Lem een vechtpartij met Vic initieert waardoor deze erachter komt dat Lem ge ‘wired’ is. Vanaf dat moment probeert het Strike team door te werken zonder dat er iets belastends aan het licht mag komen. Een mooi voorbeeld hiervan is de scène waarin Shane Vendrell een vieze mop vertelt, zo getimed dat Lem net genoeg tijd heeft om via een tekstverwerkingsprogramma op een laptop Mackey te informeren op over het hoe en wat van de afluisterapparatuur.

Qua karakterontwikkeling en de privépersoon achter de agent vind ik de personages in The Wire soms wat dun. Vooral in het eerste seizoen. McNulty scharrelt met de openbaar aanklager, Rhonda Pearlman. Wanneer zij hem, na een van hun avonturen tussen de lakens, vraagt waar hun verhouding heengaat, antwoordt McNulty dat hij het weer wil proberen met zijn vrouw. Voor de kijker lijkt deze motivatie uit het niets te komen.
In latere seizoenen krijgen de karakters meer volume, maar vooral in het begin van The Wire lijken de privélevens van de politiemensen bijzaak, een noodzakelijk kwaad en soms ook nogal clichématig (McNulty de zuipende Ier bijvoorbeeld). De misdadigers daarentegen lijken inhoudelijk gezien meer allround.

En drinken Amerikaanse agenten echt zoveel? De nachtelijke bijna-coma-zuipsessies van McNulty met zijn collega Bunk zijn zo regelmatig dat het verwonderlijk is dat ze ‘s ochtends hun bed uit kunnen komen.

Een scène waarin de persoonlijke kanten van karakters in The Wire op een komische manier samenkomen speelt in het vierde seizoen. Hauk en Carver (beide van Daniels’ voormalige surveillance team) plus vriendinnen, komen in de hal van een bioscoop Bodie en Poot tegen, ook beide met vriendin. Bodie en Poot zijn drugrunners voor Barksdale. Ze nemen vorsend elkaars vriendinnen op. Je ziet ieders hersenen op volle toeren draaien, niet wetend hoe zich buiten de professionele situatie te moeten gedragen.
“See you tomorrow”, zegt Bodie, waarna hun wegen scheiden.

De privélevens van personages in The Shield vind ik al vanaf het begin meer geïntegreerd in het geheel. Vic Mackey steelt geld van misdadigers, zijn motivatie hiervoor zijn zijn drie kinderen waarvan er twee autistisch zijn, hun opleiding en begeleiding kost veel geld. In het gezinsleven schiet hij hopeloos tekort. Hij laat zich gelden op straat, maar daarbuiten weet hij niet wat hij met zichzelf aanmoet. Hij denkt dat hij zijn kinderen helpt door het geld achterover te drukken. Maar als er onderzoek wordt gedaan door IZ, komt zijn gezin ook onder een vergrootglas te liggen. De druk om alles te verdoezelen wordt alleen maar groter. Hij is nog verder van huis, letterlijk en figuurlijk.
Het team valt langzamerhand uitelkaar. Het dieptepunt wordt bereikt wanneer Shane Lem doodt met een hangranaat. Aceveda heeft Shane een leugen voorgehouden en Shane is er sindsdien van overtuigd dat Lem het Strike Team erbij zal lappen. Wanneer Mackey verneemt wat Shane heeft gedaan volgt een emotionele ontknoping.
Het Strike Team gaat zo over de morele schreef dat ze uiteindelijk alleen elkaar nog hebben. Ook dat blijkt een illusie.

Waar The Shield inzoomt, laat The Wire het grote geheel zien. In The Wire worden enorm veel personages geïntroduceerd, gebaseerd op echte mensen uit Baltimore, en hun levensloop wordt door de 5 seizoenen vervlochten. De losse eindjes worden niet altijd keurig afgehecht, wat de serie een realistisch karakter geeft, een maatschappij in flux. Bij The Shield zijn aanwijzingen vaak wel een onderdeel van een clou, er gebeurt niets voor niets. Daarmee worden seizoenen echt ‘afgerond’ en werkt de serie echt als zodanig; een serie. The Shield focust vooral op het politieapparaat, The Wire neemt ook de kant van de criminelen in ogenschouw. The Wire doet me zo nu en dan denken aan het werk van de fotograaf  Camilo José Vergara, die verschillende stedelijke onderwerpen jaar na jaar op de gevoelige plaat vastlegt, zodat er een documentair archief ontstaat, een sociaal portret.

De rechercheur Kima Greggs is lesbisch, maar daar wordt binnen het surveillanceteam van McNulty en Daniels niet echt een probleem van gemaakt. De strenggelovige, homoseksuele Julien Lowe heeft het aanzienlijk moeilijker in the Barn. Hij worstelt met zijn geaardheid en probeert te veranderen door middel van gebed en hulp vanuit de kerkgemeenschap. Tijdens een zogeheten blanket party (het slachtoffer is een arrestant, een travestiet die Julien’s partner in haar arm beet) slaat hij, letterlijk en figuurlijk, zodanig door dat zijn collega’s hem moeten wegtrekken.

Reginald “Bubbles” Cousins, een vroegere informant van Kima Greggs, weet na jaren van drugsmisbruik clean te blijven. In het laatste seizoen wordt zijn levensverhaal opgetekend door een journalist van de Baltimore Sun. Op het moment dat Bubbles zijn foto in de krant ziet kan hij dat deel van zijn leven afsluiten en wordt hij door zijn zus en haar kind als familie geaccepteerd.
Duquan “Dukie” Weems is intelligent, maar ziet, ondanks de hulp die zijn voormalige onderwijzer Pryzbylewski aanbiedt, geen kans om zijn talenten te benutten en te ontsnappen aan de ellende in zijn buurt. Aan het eind van het laatste seizoen zien we hem beginnen aan waar Bubbles korte metten mee maakte; een heroïneverslaving.

Zowel The Shield als The Wire laten zien dat politiewerk vaak dweilen met de kraan open is (het gedoe met de misdaadstatistieken in The Wire en de voortdurende druk in the Barn om de misdaadcijfers zo snel mogelijk omlaag te moeten krijgen). Aan het eind van de dag staan de prostituées weer stevig op hun hoek geplant en wordt er gedeald alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Het is om moedeloos van te worden.

En wat is de stand? Shield of Wire? Wat mij betreft is het niet òf-òf maar èn-èn. Twee series die inzicht geven in de werking van het Noordamerikaanse politieapparaat. Zoveel meer dan dat.

Sonic Youth verstript

woensdag, juni 30th, 2010

Ik vind Sonic Youth een van de beste bands ooit. En dat is best een boud statement mijnerzijds, want je hoort mij niet zo snel zeggen dat iets ‘het beste ooit’ is. Alle uitingen van goedkeuring, van ‘waanzinnig’ tot ‘geniaal’, zijn aan mij pas besteed als ik het ook echt vind. Om maar te zwijgen van alle geniuses en amazings die je de hele dag op tv en internet voorbij ziet komen. Net als Elaine in Seinfeld, zet ik vraagtekens bij het voortdurende gejubel waarbij bovengenoemde termen zo vaak in de mond worden genomen dat ze aan waarde verliezen. Maar goed. Sonic Youth. Amazing, breathtaking, genius!

Zo.

Sonic Youth werd geassocieerd met de no-wave scene, ze werkten samen met Richard Kern, waren zijdelings betrokken bij de Cinema of Transgression, kwamen deels uit het orkest van Glenn Branca…veel gaver kan hun achtergrond wat mij betreft bijna niet worden. Op Youtube staat een filmpje waarin ze worden geïnterviewd over hun politieke keuze (pre-Obama) en daarin lijken ze bescheiden, welbespraakt, kortom; übercoole vijftigers wiens laatste album gewoon weer retegoed is. Dat is nog eens elegant ouder worden. Hun muziek. Ik wilde er wel eens wat mee doen. “Candle”, “Joni”, “Kissability”, “Wish Fulfillment”, “JC”, “Theresa’s Sound World”, “Pipe line/ Kill Time”, keuze te over. Ik vind de nummers van SY erg beeldend, een wereld op zich. Werken met SY op de achtergrond heeft me meerdere malen net die kickstart gegeven die ik nodig had. Dus begon ik met het in strip omzetten van een nummer dat al langer in mijn hoofd hing: “Rats”, van het album “Rather Ripped”, uit 2005. De tekst is geschreven door Lee Ranaldo. Zijn teksten zijn surrealistisch, op het bombastische af soms (we watch her fall over and lay down, shouting the poetic thruth of high school journal keepers).

Zijn teksten hebben een vagelijk onderwerp, en als je denkt te weten waar het over gaat, glipt het weer weg. Dat was voor mij met “Rats” het geval (Wish fulfillment bijvoorbeeld is wat minder cryptisch, maar “Pipeline/ Kill Time” is weer erg vreemd).

“You are the moon beyond your mind”.

“Let me place you in my past, with other precious toys”.

Het was een uitdaging om dit soort zinnen uit te beelden, waardoor er hier en daar een verschuiving optrad qua beeldtaal. Onder andere omstandigheden zou ik een hartvormige plas bloed veel te dramatisch hebben gevonden, maar bij deze songtekst paste het juist erg goed.

De strip gaat over een scheefgelopen relatie, vervreemding van elkaar, eenzaamheid, en misschien toch een klein beetje hoop. Dit alles speelt zich af in New York, met name de West Village en een beetje Bronx (dat zijn hersensprongen die ik me heb veroorloofd te maken; het komt waarschijnlijk omdat ik zelf echt op de uitgebeelde plekken heb gelopen). De strip werd geëxposeerd tijdens de Ficomic in Barcelona, in galerie RAS.

rats1.jpg

rats2.jpg

rats3.jpg

rats4.jpg

rats5.jpg

rats6.jpg

rats7.jpg

When the rats run riot
And the screen door slams
When the trees grow quiet
Nothing but cats and cans
When the breeze says try it
But you can hardly see
When your love has died
And you rat on me

I see your eyes in the half-light
I see the number on your wall
Endless strange things I see at night
You don’t see anything at all

Shine a light into your soul
City streets so freezing cold
City shadows wander out
When they let the rats out
Rats
You call it love alright
That was the catch
Cold suicide
Let me place you in my past
With other precious toys
But if you’re ever feeling low down in the fractured sunshine
I’ll help you feel the noise

Shine down
You can go on home
Shine down
Go
Go

Rats
You’re working overtime
You are the moon beyond your mind
When the rats run riot
And the screen door slams
When the world goes quiet
You’ll know where I am

You could be my open road
You could be the reason why
You could ease my heavy load
But I want to freeze you out now

You can let it shine
Keep that in mind
When they let out a rat next time
You could move a little closer
Until you’re leaning all up around my shoulder
See these shadows walk around
When they let the rats out

John Gilmore

maandag, juni 14th, 2010

John Gilmore

Eindelijk heb ik doorgevoerd waarvan ik in 1998 een mentale notitie had gemaakt; een aantal boeken aanschaffen van de auteur John Gilmore.

In 1998 kwam ik in aanraking met het tijdschrift Fringe, dat ter meeneem lag op het Crossing Border Festival. Daarin stond, naast informatie over het boek van Michael Gira (ook nog niet gelezen), een interview met John Gilmore.

Ik was wel bekend met pulp romans van Elmore Leonard, maar deze John Gilmore scheen fascinerende true crime verhalen te pennen over de trashy zijde van Tinseltown en daar was ik erg benieuwd naar.

Ik vond het lastig aan informatie te komen over deze schrijver. Het enige wat ik had was dat nummer van Fringe. Internet was nog gerantsoeneerd, want de enige plek waar ik iets kon opzoeken was op de computerwerkplaats op de academie (plekje reserveren, anders vol). Omdat ik nog moest leren hoe informatie te zoeken op internet, belandde ik steevast op Amazon.com. Niet zo gek natuurlijk, maar de informatievoorziening aldaar vond ik te summier.

Gilmore is behoorlijk succesvol, dus waarschijnlijk bevond ik me gewoon aan de verkeerde kant van de oceaan, speurdersgewijs.

Een aantal weken geleden begon ik in zijn boek L.A. Despair. Nu ik terugkijk is het gek dat ik moeilijk op gang kwam in het boek, want toen ik er op een Spaans terrasje eens goed voor ging zitten kon ik het nauwelijks wegleggen. Het verhaal over het leven van pornoster John Holmes en de aan hem gekoppelde Wonderland moorden (bloediger dan de bekende Tate/ LaBianca moorden door de Manson Family, waar Gilmore overigens ook een boek aan wijdde) is gruwelijk en leest als een trein.

Het verhaal over Barbara Payton raakte me; een koppige eigenwijze vrouw die roem en rijkdom zoekt, dat vindt, en uiteindelijk letterlijk in de goot eindigt. De foto’s spreken boekdelen. Van blonde schone naar tandeloze drugsverslaafde, de afkalving is genadeloos.

payton.jpg

Ik schafte Gilmore’s bestseller, Severed, aan. Een van de meest legendarische onopgeloste moordzaken: The Black Dahlia. Wat kun je
daarover vertellen dat nog niet is gezegd? Het gegeven is een paar jaar geleden nogal inspiratieloos verfilmd, ik verwachtte iets met veel feiten en cijfers.

Had ik het even goed mis!

Het boek uit 1994 sleurt je mee in het korte leven van Elizabeth Short, de Black Dahlia. Gilmore beschrijft haar jeugd tijdens de Grote
Depressie, haar dromen en haar liefdesleven tegen de achtergrond van WOII en Pearl Harbor. Je voelt zijn affiniteit met -en kennis van- deze tijd en de kringen waarin ze verkeerde.
Ze maakte plannen hoewel ze deze nooit in iets concreets omzette. Ze had geen vaste verblijfplaats, zwevend tussen realiteit en de droom om door te breken. Die doorbraak zou er nooit van komen.

De acteur Franchot Tone, later Barbara Payton’s geliefde, schetst het beeld van een getroubleerde vrouw, die het aan eelt op de ziel leek te ontbreken. Hij was bijna bang voor haar, bekende hij. John Gilmore heeft Short zelf nog ontmoet, toen hij 11 was, enkele maanden voordat ze werd vermoord. In Severed noemt hij de persoon die naar alle waarschijnlijkheid de dader is.

Omdat Gilmore wil dat de lezer het verhaal in wordt getrokken houdt hij zich niet bezig met het optekenen van allerlei data. Op deze manier voelt het leven van de Black Dahlia ècht en niet als een chronologisch geschiedenislesje, waarbij je onbewust afstand neemt omdat het drama zich in het verleden afspeelt.

John Gilmore is scriptschrijver, acteur, regisseur, gonzo journalist. Hij schrijft op subjectieve en anekdotische wijze. Zijn verhalen staan bol van het taalgebruik van voorbije tijden,  en zijn alinea’s bezitten een dynamiek, alsof je in een cadillac met grote snelheid dwars door de volzinnen racet.

Hij was een goede vriend van James Dean (over wie hij later een boek schreef). Hij hing met Eartha Kitt en werd gerekend tot de Night Watch (een denigrerend bedoelde term, bedacht door de roddelpers), een groepje motorrijdende jonge acteurs dat Googie’s, een coffeeshop op Sunset Boulevard frequenteerde tot in de late uurtjes. Hij onderhield vriendschappen met o.a. Françoise Sagan, Brigitte Bardot, en Dennis Hopper.

Maar die glinsterende hoogtijdagen van Hollywood, toen de V.S. nog het Kanaän van de wereld scheen, zijn geteld.

Gilmore is een overlevende van die tijd, van de beat-generatie, waarin men kwistig met allerlei drugs strooide: Dennis Hopper was tijdens het maken van Easy Rider zo high dat hij vergeten was een aantal scenes te filmen. Na het feestje ter ere van het afronden van de film moest er dus toch weer op locatie geschoten worden. Gilmore bevond zich voortdurend onder mensen die de glijdende schaal van sex drugs en rock ‘n’ roll afroetsjten, zoals Janis Joplin, Jim Morrison en James Dean.

In de film Fear and Loathing in Las Vegas krijgt de film een grimmig karakter wanneer Hunter S. Thompson en zijn advocaat het hotel waarin ze verblijven vluchten. Ze belanden aan de noordkant van Vegas, waar de advocaat een serveerster tot op het bot beledigt als hij haar per briefje een zeer oneerbaar voorstel doet.

Die scène, die uitzichtloosheid en ranzigheid, daaraan moet ik denken als ik het relaas van bijvoorbeeld Barbara Payton of John Holmes lees. Het verhaal van John Holmes gaat ook over zijn ‘vriendschap’met Eddie Nash, een van de belangrijkste onderwereldfiguren van die tijd in Hollywood. Nash’ praktijken zijn ronduit duister.

Gilmore wilde eerst een compleet boek aan zowel Nash als Payton wijden, maar al die ellende vreet na verloop van tijd een gat in je ziel. Hij zag er vanaf. “Disheartening” noemt hij het zelf.

En je krijgt nogal wat voor je kiezen als je de dagboeken van Charles Schmid (Cold Blooded-The Pied Piper of Tucson) in handen krijgt en
Charlie Manson, Bobby Beausoleil en de meisjes van de Manson Family interviewt.

Al met al schetst Gilmore een fascinerend tijdsbeeld over de schaduwzijde van het leven in zowel de ‘fast lane’ als in de marge van het bestaan.

Ik begin handenwrijvend aan zijn oeuvre.

PUHA

maandag, maart 22nd, 2010

Sinds afgelopen weekend heeft Utrecht er een winkelattractie bij; PUHA, een initiatief van Said Belhadj, Chantal Ehrhardt en Taam Karsdorp. Gelegen aan de Hardebollenstraat, gezellig in de rosse buurt. Vrijdag vond de opening plaats waarbij ik helaas de fabuleuze modeshow heb gemist, maar ik was gelukig één van de weinigen, gezien de massa mensen die de straat buiten PUHA bevolkten. Mannen- en vrouwenkleding, sjiek, straatwear, en ook eco-vriendelijk; alles gemaakt door jonge ontwerpers. Broches van keramiek, panty’s van Queues de Sardines.
Beige, knalgeel, zwartwit, patroontjes. Erg divers, in een kek ingericht pand.

Ga kijken!

PUHA
Hardebollenstraat 8
3512 TP Utrecht

ma t/m wo & vr 11:00-19:00 u
do 11:00-21.00 u
za 11:00-18:00 u
koopzondag 12:00-17:00 u

Downtown Crossing Boston MA

donderdag, juli 31st, 2008

 

 

Begin dit jaar heb ik 5 illustraties gemaakt in opdracht van het bureau 160 over 90 (Philadelphia PA) voor de Boston Redevelopment Authority (BRA). De illustraties zijn inmiddels gepubliceerd in een boek gewijd aan de herstructurering van de wijk Downtown Crossing in Boston Massachusetts. Om de bruisende atmosfeer die dit stadsdeel zal gaan karakteriseren in beeld te vangen werd me gevraagd illustraties te maken waarin verschillende frames stukken stad laten zien; ze vullen elkaar tevens aan en karakteriseren de gefragmenteerde en drukke geest van een grote stad.

 

Bij 160 over 90 hebben ze er een stukje aan gewijd op hun weblog.

 030boston_common-copy.jpg 

 

 

Invincible- Shapeshifters

vrijdag, juli 4th, 2008

 

Shapeshifters is het debuut van de Detroitse emcee Invincible. En staat meteen in mijn lijstje van beste hiphop releases van 2008. Ik kende haar werk van het album Two/Three van Dabrye, waarop ze het nummer Viewer Discretion en Get it Together (beide nummers samen met Finale) voor haar rekening neemt. Ik speurde wat rond op internet om te kijken of er meer van haar was uitgebracht. Ten langen leste vond ik de clip voor “Locusts” op Youtube. Hierin rapt ze, wederom bijgestaan door Finale, over de teloorgang van de stad Detroit, waar, net als in zoveel andere steden in de V.S. hele gemeenschappen worden ontwricht door prestigieuze nieuwbouwprojecten zoals snelwegen en winkelcentra waarin de menselijke maat totaal is verdwenen. Letterlijk larger than life. De bewoners hebben geen inspraak in de bouw (grote conglomeraties varen hier wel bij. De Wal-Mart, Mall-Wart in de volksmond, pleegt roofbouw op de plaatselijke economie door een groot filiaal te bouwen, waardoor kleine winkeliers kopje onder gaan tengevolge van oneerlijke concurrentie. Is de winst binnen, dan verkast de Wal-Mart naar een andere stad, om daar het truukje te herhalen. Wat rest is een spookterrein bestaande uit een enorm leegstaand winkelgebouw met omgeven door een parkeerterrein ter grootte van ettelijke voetbalvelden). In de late jaren 30 van de vorige eeuw maakte de Major Deegan Expressway korte metten met de verbondenheid en organische ontwikkeling van het gemeenschapsgevoel in de South Bronx, zoals opgetekend in het boek South Bronx Rising van Jill Jonnes

  

In “Locusts” wordt de track onderbroken door verhalen van bewoners die hun buurt zien verloederen. De wijk verwordt tot een bouwput, mensen trekken weg. Brandjes en andersoortig vandalisme doen de rest. Vaak wordt een leegstaand flatgebouw gestript; alles van waarde zoals koperen leidingen worden eruit gesloopt. Als het gebouw niet méér is dan een hol stenen omhulsel wordt het in brand gestoken. Dat gebeurt door vandalen, maar ook door ploegen ingehuurd door een projectontwikkelaar. De grond is veel geld waard en een brandje versnelt de procedure aanzienlijk. De clip is een combinatie van activisme, videoclip en documentaire. 

 

Invincible’s bevlogenheid is bewonderenswaardig. Politiek beladen onderwerpen worden niet geschuwd; het Israelisch-Palestijns conflict, onverholen kritiek op de aan de oppervlakte voorbeeldige leefomgeving van Ann Arbor en Ypsilanti en een ambivalente liefdesverklaring aan de Verenigde Staten (Oh beautiful, with your spacious skies, i want to love you but you hide behind a fake disguise).

Nu zul je zeggen: “Maar Ytje, is het dan niet gortdroog allemaal? Boze, verontwaardigde teksten over misstanden, is dat niet erg deprimerend?” Mijn antwoord is: “Allerminst, mijn beste.” Invincible’s flow is van een enorme densiteit, maar veel beter te volgen dan bijvoorbeeld de lyrics van El-P. Invincible heeft het talent complexe politieke en sociaal-maatschappelijke problemen terug te brengen tot een simpel woordenspel. Haar perspectief is van een nuchterheid, waarbij het holier-than-thou gepreek achterwege blijft. Tel daarbij op de geweldige productie van o.a. Wajeed, Black Milk, Lab Tech, House Shoes, Belief: semi-klassiek spiralende synths in “Recognize”, de vervormde gitaren in het intro “State of Emergency” en het apocalyptische landschap van voortslepende mininaliteit in “Locusts.”

 

Vergeet D-12. Vergeet Eminem. Check deze lichting: Anomolies, Wordsworth, Indeed, Finale (die daarenboven allerminst new on the block zijn). 

 

Of zoals Invincible het zelf stelt: ”Music’s not a mirror to reflect reality….it’s a hammer with which we shape it!”

Alles Gute Für’s neue Jahr, etc.

dinsdag, januari 15th, 2008

Tijdends de overgang van 07 naar 08 was ik in Berlijn. Om te feesten, het glas te heffen en iedereen een Guten Rutsch te wensen. Maar ook om te werken. Ik had een alleraardigst schetsboekje gevonden in de Peter van Ginkel materialenwinkel; landscape-formaat. Ideaal voor stadsgezichten. Dus fietste ik goed ingepakt (KOUD) door Berlijn er maakte ik hier en daar een stop om een straathoek of een gebouw te tekenen. Wel hardcore als je bedenkt dat mijn haar op een gegeven moment bevroren was. Ach, den lijdende kunstenaer!

Een aantal tekeningen, varierend van schets tot meer uitgewerkt:

friesenstrasse-copy.jpg

willibald_alexisstr.jpg

Nog nooit was ik zo productief op nieuwjaarsdag; bovenstaande tekeningen ‘ontstonden’ min of meer, een combinatie van binnen en buiten.

alexis-willibaldstrasse.jpg

Uitzicht op de huizen aan de overkant.

frankfurter_tor-copy.jpg

Frankfurter Tor, binnenplaats (Friedrichshain).

boxhagener-strasse-copy.jpg

Boxhagener Straße, Friedrichshain.

am_kotti-copy.jpg

Kotbusser Tor, oftewel Kotti (Kreuzberg)

zossener_strasse-copy.jpg

Zossener Straße, uitzicht vanuit café Pfau (Kreuzberg).

marheineke_markthalle-copy.jpg

Marheineke Markthalle, gerestaureerd/verbouwd en heropend, Zossener Straße.

mehringdamm-copy.jpg

Mehringdamm, Kreuzberg.

Opening Subwalk Arnhem

dinsdag, oktober 16th, 2007

a_a_subwalk.jpg

Op vrijdag 12 oktober openden zich de deuren van Subwalk, een winkel annex expositieruimte, een initiatief van Roos Giethoorn en Jos van Dijk. Subwalk bevindt zich aan de Hommelstraat 65 in Arnhem, vlakbij het Modekwartier in wording. De winkel heeft een stake in straatcultuur, maar een bonte (bij nadere beschouwing zeer uitgekiende) collectie koopwaar laat zien dat het concept van deze zaak verder gaat dan urban alleen. Het geheel is een uitgebalanceerde combinatie van streetwear, designboeken, ‘action’ figures en beeldende kunst.

a_subwalk2.jpg

d_bfree.jpg

e_bfree1.jpg

Men pakte hier bij Subwalk meteen verassend uit met een expositie van BFree, wiens werk ook niet voor één gat te vangen is.

b_subwalk1.jpg

Door in Arnhem een winkel te openen die zo pretentieloos (in positieve zin) meerdere lagen en disciplines in beeldvervaardiging omvat is een gepast “Hulde” hier op z’n plaats. Immers, dit soort zaken zie je meer in het westen dan in het oosten des lands. Ook was ik aangenaam verrast door de hoeveelheid Berlijn-gerelateerde spullen die in Subwalk te zien waren (klein voorbeeld; een tas met daarop afgebeeld Café Moskau. Daar smul ik van). Deze bruisende stad ligt immers maar zo’n 5 à 6 uur rijden van Arnhem. Door een verband met de goings-on in Berlijn te leggen laten de initiatiefnemers zien dat ze hun pijlen richten op een groter referentiekader dan alleen Nederland.

c_subwalk3.jpg

Hulde!

Jeder Tag wunderbar, jeder Tag wunderschön

zaterdag, september 22nd, 2007

akiss_me-kindl1.jpg

Hoezee! Op 14 augustus j.l. was het dan toch eindelijk vakantie. Feriën in Berlin! In 2006 smaakte ik al eens het genoegen 4 dagen in deze bruisende metropool door te brengen. Het was dan ook, zoals mijn vader placht te zeggen “een blij vooruitzicht dat mij streelt.”Dus togen wij tezamen (kameraad Trik, π en ik) in de picanto geleend van π’s moeder naar Berlin, eine Großstadt.


berlinerdom1.jpg

cfernsehturm1.jpg

π chauffeurde ons naar de eindbestemming, het advies van het MEDION navigatiesysteem opvolgend. Dit navigatiesysteem heeft een niet te onderschatten feature: Alle ALDI vestigingen zijn erop aangegeven. Het verkooppunt van deze gadget is inderdaad de supermarkt in kwestie. De stem die ons route-aanwijzingen gaf leek op die van onze Majesteit, zij het een demented versie. π heeft niet veel op met de monarchie, dat is waarschijnlijk ook de reden dat hij het eerste commando van onzer Trix meteen in de wind sloeg. Na een eind omrijden besefte hij dat er met Hare Majesteit niet te spotten valt en dat je, ook al ontvlucht je Nederland, je je als humble citizen nooit helemaal los kunt maken van het koningshuis. De rest van de route werd wat rijrichting betreft gedomineerd door het MEDION navigatiesysteem, zij het onder meesmuilende imitaties van het Stemgeluid.

dricoe.jpg

De eindbestemming was een appartementje midden in Kreuzberg. Het bustlin’ zwaartepunt van X-berg, (vanouds een krakersfort, men hecht hier nog aan de oude postcodes; 61 voor het westelijke gedeelte en 36 voor oost) bevindt zich rond de Kotbusser Tor, ook wel Kotti genoemd. Dit stadsdeel heeft als bijnaam Little Istanbul, vanwege Turkse immigranten en Duitsers van Turkse afkomst die zich hier hebben gevestigd. Verder biedt dit chaotisch aandoende stadsdeel plaats aan het Jüdisches museum en is Checkpoint Charlie er te vinden. In de Mariannenstrasse huist Die Gestalten Verlag, volgens mijn bescheiden mening een van de beste uitgeverijen op het gebied van illustratie en vormgeving.

emurals.jpg

fkreuzberg.jpg

gintree.jpg

hpark.jpg

iborden.jpg

jboot.jpg

In een bourgondische stad als Berlijn zijn er tal van uitgaansgelegenheden waar de dorstige toerist zijn euro’s in fonkelend gerstenat kan omzetten. Barbie Deinhoff’s is een etablissment waarvan de naam een samentrekking van twee fenomenen is; Barbie en de Baader Meinhof groep. De bar trekt een zeer gemêleerd publiek; fashionista’s avant la lettre, androgyn ogende personen, een enkele suit en verder veel extravagantie, mohair-queer en faux punk. We werden getrakteerd op een act waarin een meisje een omgekeerde striptease uitvoerde (naakt afgezien van een pantysok over haar hoofd en valse bankbiljetten die op haar lichaam waren geplakt. Al geld uitdelend kronkelde ze over de bar richting podium. Daar aangekomen had ze zich in iniddels in een sm achtige outfit gehesen, waarna ze gedichten reciteerde die vooral over waanzin en vrouwelijke onderdrukking gingen). Vorig jaar gingen mijn zus en ik naar de club Spindler & Klatt, volgens de Lonely Planet the hottest thing to hit Berlin since the caipirinha. Granted dat was in 2006, maar een boeddhabeeld en waterfonteintjes gecombineerd met een dansvloer? Top dat maar eens. Gratis wifi op het terras waar je kunt liggen op banken bekleed met dikke matrassen, uitzicht op de Spree. De Pailin Tahi Küche aan de Wiener Straßse serveert overheerlijk Thais eten. Laat je niet weerhouden door de bezoekersaantallen die je (niet) ziet. Het eten is erg goed, zo ook de service. Als je, zoals ik, erg van knoflook houdt, is het Portugese restaurant Transmontana een aanrader. Lekker eten met nuchtere bediening. En niet te zuinig met knoflook. Lekker laten waaien, die walm! Knoflook is bloedzuiverend, waarlijk geen sinecure temidden van al dat bier. Niet ver daarvandaan zit Zitrone, een eet- en drinkgelegenheid waar je ook goed kunt ontbijten. Denk jazzy achtergrondmuziek, krantje, eitje, koffie…een goed begin van de (mid)dag.

kzitrone.jpg

kzz.jpg

Friedrichshain is zonder meer mijn favoriete wijk. Het heeft niet de charme die bijvoorbeeld Prenzlauerberg en Mitte wel hebben. Dit stadsdeel ten oosten van Mitte is architecturaal minder aantrekkelijk, rauwer. En dan wordt het interessant natuurlijk. Fantastisch afgekalfde gebouwen, scherpe randjes (figuurlijk dan) die de wijk een eigen smoel geven. Zoals het Blankensteinpark, waar de karkassen van de voormalige slachthuizen nog overeind staan. Dit gecombineerd met een Kik Diskont laden en een naschoolse kinderopvang. Samen met de regelmatig passerende S-bahn en flats in de verte een opmerkelijk geheel.

mduif.jpg

nwaf.jpg

orewe.jpg

pvieh.jpg

qcontainers_caasiopeia.jpg

rfriedrichshain.jpg

rrichting_ostkreuz.jpg

Ook in Friedrichshain; Berghain. Een voormalige elektriciteitscentrale is geheel intact omgevormd tot club. En wat voor een. Drie verdiepingen, goeie dj’s, bevolkt door party hard volk van allerlei pluimage. Wat ik heel bijzonder vind aan Berghain, maar ook aan Tresor (zie volgende alinea) is dat je met die dansende massa je op die vloer als één man voelt. Dat opgaan in de muziek terwijl je om je heen ziet dat al die andere dansende feestgangers het ook zo ontzettend naar hun zin hebben. Die transportation, dat loskomen, de herkenning bij anderen, dat is waar het om gaat. Dat je niet om je tasje heen staat te marcheren, maar dat de ervaring allesomvattend schijnt. Awel, de ultieme stapavond in mijn optiek. Dat gecombineerd met een dj die kaas heeft gegeten van opbouw, climax en release is essentieel. In Berghain bevinden zich trouwens ook darkrooms en camera’s zijn verboten. Eten in Friendrichshain: Ummspannwerk Ost. Wederom een industrieel gebouw (elektriciteitsstation) dat een andere invulling heeft gekregen. Een open keuken, gastvrije bediening, je voelt je er echt welkom. Het menu: Modern Duits. Parelhoen met gnocchi. Aardappelsoep. Gutes essen!

rtresor.jpg

Tresor heeft sinds mei dit jaar een nieuw onderkomen: aan de Köpenickerstrasse in Mitte/richting Kreuzberg. Een immense fabriekshal. Het industriële karakter van het gebouw en de muziek -hard techno- vullen elkaar aan. na een tijd verpozen op de eerste verdieping kwam ik erachter dat er nog een zaal huisde in de kelder. Door een bunker-achtige tunnel, spaarzaam verlicht, loop je rechtstreeks het rave tijdperk binnen. Hier was de muziek harder, de mensen nog uitbundiger. Het geheel deed me denken aan die videoclip van The Prodigy: ‘No Good.’ het enthousiasme van de dansende menigte werkte zo aanstekelijk dat wij al snel werden meegesleurd.

swipkip.jpg

Mitte representeert letterlijk het centrum van Berlijn. Alhoewel elke Kiez zijn eigen promenades en hubs heeft is Mitte toch wel echt het ‘midden.’ Na de eenwording verschoof het zwaartepunt van Charlottenburg naar Mitte. Hier vind je het Museumsinsel, het Bebelplatz (waar de boekverbrandingen door de nazi’s plaatsvonden), de Fernsehturm, alles wat Berlijn zo de moeite waard maakt. Niemand spendeert zijn vakantie graag in een ton met bretels: In het Scheunenviertel (’boerenkwartier’) is het dan ook aangenaam winkelen. Diverse winkels alhier verkopen kleding vervaardigd door locale ontwerpers. Moe maar voldaan schuif je vervolgens met een volle tas een bar in/ een terrasje op, die ook hier natürlich volop aanwezig zijn. ‘Ein Hefeweizen, bitte!’

tacheles.jpg

swstraat.jpg

ustickers1.jpg


vcrocs.jpg vtanzen.jpg

Ter drincken ende vermaeck: Kaffee Burger is een alternatieve stek ingericht met DDR stylo meubilair en dito behang. Op een klein podium kan een bandje terecht. Ook is Kaffee Burger de thuisbasis van Wladimir Kaminer’s Russendisko.

De Volksbühne is een theater aan het Rosa Luxemburg Platz. Nog steeds wordt er heftig gerenoveerd. Aan weerszijden van dit gebouw huizen de Roter en Grüner Salon. In de Grüner Salon was er, op het moment dat wij er binnengingen, een dansavond. Rumba, tango, allerlei warmbloedige dansstijlen passerden de revue. Ik werd ten dans gevraagd tijdens de rumba, al met al erg amusant allemaal. Vooral omdat ik nog nooit de rumba heb gedanst en meer dan eens op de tenen van mijn danspartner ging staan. Prenzlauer Berg is een relaxte hippe wijk ten noorden van Mitte. Onder het DDR regime vestigden kunstenaars en alternative zich hier. Na de val van de Muur is dit een van de stadsdelen die relatief snel is gerenoveerd. In tien jaar tijd is de verwaarloosde arbeiderswijk veranderd in een buurt met het hoogste percentage kinderen in vergelijking met de andere wijken van Berlijn. Een groot deel van Prenzlauerberg ziet er behoorlijk upscale uit. Hipsters en ook yuppen hebben hier hun intrek genomen. Voor royale cocktails (Moscow Mule!) kun je terecht bij VEB Getränkekombinat (Wohnzimmer). Met een DDR indachtige naam en dito inrichting kun je in deze voormalige woonkamer wegzakken in het meubilair en de alcohol induced roes. Gelukkig zijn de drankjes voorzien van enorme stukken fruit, een vitamine C shot is op een stapavond aan te bevelen. Aan de Sredzkistraßse zit een hele goeie Italiaan, we zijn er speciaal vanuit Treptow naartoe gefietst. Het deegwaren is huisgemaakt. En lekker! En niet duur! De naam van dit établissement superbe is Cenacolo (schrijf ik met een aan zekerheid grenzend vermoeden).

xkaisers_logo.jpg

Ik kon het natuurlijk niet laten om een kijkje in een Duitse supermarkt te nemen. Zoals toiletten het ware karakter van de gastheer of -vrouw onthullen, zo biedt een supermarkt inzicht in het wezen van een land. Ik liep er rond als een alien in Kaiser’s; wat een veelheid aan produkten, wat lag dat orthopedisch gevormde mandje goed in mijn hand, waarom verkopen ze bij de c1000 geen eintopf, deze smaak vegetarische paté ken ik nog niet.En toen de apotheose: Een rolband (geen roltrap in verband met eventuele winkelwagentjes) die een verdieping lager ging! Welk een oord was dit! Ik ben wel anderhalf uur binnen geweest. Mijn volle tas als trofee naar buiten dragend, de kassabon een oorkonde. Ik was geslaagd!

xkaffee.jpg

We hebben geen tentoonstellingen bezocht, dat zijn van die dingen die bij mij binnen werktijd vallen. Ik heb minimaal twee dagen nodig om te unwinden. Maar omdat Berlijn een stad is met zoveel geschiedenis en daar niet aan te ontkomen valt (waarom zou je dat ook willen- dit is echt Old Europe) hebben we ‘Stasi: Die Ausstellung’ bezocht. Het blijft een merkwaardig stuk geschiedenis, die machinerieën van de DDR. Kafka’s boeken waren er verboden, waarschijnlijk omdat zijn verhalen zoveel gemeen hebben met wat er in de DDR gebeurde.

xstasi2.jpg

ypatronen2.jpg

zftaliaan.jpg

zgleeuw.jpg

Berlin, es war fabelhaft. Bis schnell!

Silencio

woensdag, augustus 1st, 2007

Laatst keek ik de film Mulholland Drive voor de tweede keer, de film werd op tv uitgezonden. Voorwaar geen gemakkelijke kost, maar als Lynch-fan weet je waar je aan begint.

De film bevat een aantal huiveringwekkende scènes. Eén ervan vind ik erg griezelig, daar het over een droom gaat die erg veel lijkt op nachtmerries die ik ook wel eens heb. De scène begint in een diner, Winkie’s genaamd, alwaar ene Dan met zijn collega (of vriend?) Herb gaat ontbijten. Het blijkt dat Dan nachtmerries heeft gehad die zich in deze setting afspeelden. Terwijl hij de droom aan Herb uit de doeken doet zie je hem steeds banger worden. Reden voor deze angst is de aanwezigheid van een zonderlinge figuur achter het etablissement. “He’s the one that’s doing it, zegt Dan, terwijl zweetdruppels zich op zijn voorhoofd beginnen af te tekenen. Hij hoopt deze persoon nooit buiten zijn dromen tegen te komen.


De climax wordt bereikt wanneer Herb Dan aanmoedigt een kijkje achter Winkie’s te gaan nemen. De daaropvolgende beelden gaan gepaard met een onheilspellend geluid. De camera laat ons door de ogen van de getormenteerde Dan kijken, die nauwelijks zijn hoofd om de hoek van een muurtje durft te steken, doodsbang voor wat hij zal aantreffen. Lynch stelt de climax doeltreffend uit, en net wanneer je de greep op je stoelleuning laat verslappen, zodat het bloed weer in je handen kan stromen, schuift er een afgrijselijk persoon het beeld in die je de stuipen op het lijf jaagt. Dat vind ik echt pure horror, dat een filmmaker een scène bedenkt die je bijna letterlijk in je droom hebt zien voorbijtrekken.
De schrik is zó groot voor Dan, dat hij ter aarde stort. Herb komt hem te hulp, verbijsterd door hetgeen hij net heeft gezien. De man achter Winkie’s schuift met een vloeiende beweging terug achter de muur. Einde.

Deze scène en ook de teneur van Mulholland Drive in zijn geheel deed me denken aan een schilderij van James Rosenquist, Rainbow (1961). Rosenquist’s werk behoort tot de Pop Art en is vaak ‘glad’, zonder ‘handschrift’ zijn schilderijen bevatten geen zichtbare verfstreken, zoals dat traditioneel gebruikelijk was; aan de touch kon je het handschrift, de eigenheid van een kunstenaar herkennen. Het reliëf dat de verf op het doek vormde maakte het schilderij persoonlijk, een uniek kunstwerk. De Pop Art haalde dat gegeven onderuit. Rosenquist was reclameschilder geweest, en had hoog boven Manhattan en Brooklyn billboards geverfd. Zijn kunst speelde met de beeldtaal zoals die in de reclame werd toegepast. Zijn doeken zijn vervreemdend, ongemakkelijk.


Deze twee termen zijn ook van toepassing op Rainbow. Het werk is samengesteld uit prefab materialen en verf. Het is volgens mij niet één van Rosenquists bekendste werken; ik heb het nooit ergens anders afgedrukt gezien dan in het boek Pop Art, samensgesteld door Tilman Osterwold, uitgegeven door Taschen. Osterwold schrijft over Rainbow:

De regenboog, voorheen het optimistische symbool van zuiverheid en succes, vooruitgang en vrijheid, vloeit melancholisch vanuit een gebroken raam over een buitenmuur en druipt, onder een aggressief uitziende vork, de leegte in. Hier wordt de regenboog gepresenteerd als een door chaos bedreigd symbool, van maatschappelijke en huiselijke orde. De gewrongen compositie en formele eenvoud van het werk tonen hoe de mens zelfs de brokstukken van zijn dromen opsmukt.

Dit werk overlapt de motieven in de films van David Lynch. Chaos bedreigt orde, mensen raken verstrikt in hun eigen dromen, en hoe glamoureus de buitenkant soms ook lijkt, binnen schreeuwt de leegte. Rosenquists schilderij is de achterkant van Mulholland Drive, dit is wat je ziet als je je hoofd om de hoek van de muur steekt. Dit is waar die akelige figuur achter Winkie’s woont.

Het werk is niet oogstrelend, maar wanneer je er langer naar kijkt dringt zich een bepaalde schoonheid op; de schoonheid van het lelijke. Het werk is niet alleen wat je ziet, het is ook wat je niet ziet. Doordat er zo is ingezoomd op het raam en de muur, vraag je je af wat er verderop te zien is. Rainbow bevat een droefheid, iets melancholisch.
Aan de achterkant van een vijfsterrenrestaurant met een prachtige façade zou je dit best eens aan kunnen treffen. Hier dineren de down and out folks.

Mulholland Drive speelt zich af in Los Angeles, city of Angels. Het is een glamoureuze stad waar alles larger than life is, maar als je daar doorheen prikt zie je het andere gezicht van deze metropool; bende-oorlogen die worden aangewakkerd door rassenhaat in de almaar uitpuilende gevangenissen, vastgoedmagnaten die geen oog hebben voor sociaal kapitaal en hele buurten platgooien voor de zoveelste glimmende wolkenkrabber. Een burgemeester die de boel bijelkaar moet houden, maar het is hij de juiste man op de juiste plek?

Het kapotte raam in Rainbow was een ongelukje; bij het vervoeren van het werk ging het stuk.
Rosenquist stond erop dat het raam niet werd vervangen. Het is exemplarisch voor de benadering van beeld door de kunstenaar; toevallige tegenstellingen in de visuele elementen die hij toepaste in zijn werk. Niet alles hoeft geregisseerd.