Archive for the ‘film’ Category

Godflesh en film

vrijdag, december 12th, 2008

In het cd-boekje van het album “Selfless” (1994) van Godflesh prijkt een filmstill uit “Meshes of the Afternoon” (hier beneden, links) van Maya Deren. (wiens films kunnen worden geschaard onder het Surrealisme, zoals de films van Buñuel en Cocteau). Toen ik de cd aanschafte wist ik dat niet. Maar het artwork van Godflesh’ albums is merkwaardig en lijkt uit een context gegrepen, alsof je meer beelden nodig hebt om dat ene moment te begrijpen. Nu weet ik waarom. De beelden (in ieder geval de eerste 5 à 6 platen/remixes) komen uit (underground) films.

selfless2.jpg

Ik had over “Meshes In the Afternoon” gelezen in het boek “Lost Highways” van Jack Sargeant en Stephanie Watson. De films van Maya Deren schijnen een grote inspiratie voor David Lynch te zijn geweest. Als rechtgeaarde Lyncheonite ging ik op zoek naar het werk van deze Deren. Wat is Youtube dan een paradijs, een virtuele film-o-theek om uren in rond te struinen. Granted, er staat allerhande rotzooi op van mensen die in de veronderstelling verkeren dat hun filmische grappen en grollen wereldkundig moeten worden gemaakt. Maar tussen de enorme bult stinkend kaf is ook welriekend koren te vinden.

merciless-copy.jpg

Ik ben op sites als Amazon en Bol.com nooit zo geïnteresseerd in de ‘mensen-die- dit-leuk-vinden-kochten-ook’ feature. Op Youtube kan ik er geen genoeg van krijgen; ik klik door en door op de suggesties die rechts op mijn scherm verschijnen. Zo ook op Wikipedia; uiteindelijk weet ik niet meer met wat voor zoekopdracht ik aanvankelijk begon en voelt het alsof ik in een hele grote bibliotheek ben verdwaald. Right on!

De ongemakkelijke atmosfeer van “Meshes”, de hypnotiserende muziek, het onvermogen om droom en werkelijkheid van elkaar te kunnen onderscheiden maakt de brug naar Lynch’s werk makkelijk oversteekbaar. Scènes in de film Lost Highway, bijvoorbeeld, spiegelen scènes uit Meshes, maar al te letterlijk hoef je die referentie niet te nemen; wat overeenkomsten betreft is het ongrijpbare, het surreële, het onnoembare, interessanter en hoeft niet als zodanig doodgeanaylseerd te worden. Ik bedoel; Lynch films analyseren is zó 1992, get real!

streetcleaner2.jpg

Nu had ik het boek “Lost Highways” in 1999 aangeschaft, maar You- of wat voor tuberigheden waren niet te vinden op internet. Ik had ook nog geen internet thuis, laat staan een computer.

Maar in dit  FIY (film it yourself) tijdperk worden ook films die tot de cinematografische onderstroom behoren (Meshes of the Afternoon, Lucifer Rising, Flaming Creatures, Desperate Living, Hold Me While I’m Naked, Thrust In Me, en X is Y, om er een paar te noemen) ge-upload. Gewoon zoeken en blijven zoeken. Er bestaat een goeie kans dat datgene wat je zoekt ten langen leste op Youtube verzeild raakt.Copyrightsgewijs weet ik niet hoe de vork in de steel zit. Maar het feit dat deze films (alas, soms maar ten dele) nu ergens te zien zijn is naar mijn mening een goede zaak. In het boek “Deathtripping, The Cinema Of Transgression” (ook door Sargeant) staan distributie-adressen waar je de films in kwestie zou kunnen bestellen. De eerste druk dateert uit  1995, dus dvd of Blueray zit er helaas niet in. Zelfs ìk heb mijn videorecorder ten grave gedragen, dus Youtube is een regelrechte uitkomst.

De Cinema of Transgression-beweging (lees hier het manifest), waarover wordt geschreven in het gelijknamige, hierboven genoemde boek, ontstond in de jaren ‘80 van de vorige eeuw, en was min of meer verweven met de No Wave muziekscene (Sonic Youth, Foetus, Swans, Lydia Lunch, Glenn Branca) in New York.Deze zogenaamde No Wave Cinema werd later aangeduid als Cinema of Transgression. De term werd bedacht door Nick Zedd, om een ondergrondse filmbeweging aan te geven die zich onderscheidde door gebruik te maken van shock-effecten, humor en trash-ethetiek.

Jack Smith (Flaming Creatures) en Kenneth Anger (Lucifer Rising) waren enkele  inspiratoren c.q. gangmakers van de transgressionele filmbeweging. Richard Kern (X is Y) schoot een videoclip voor Sonic Youth (Death Valley 69) waarin de bandleden als een soort van Manson Family worden getypeerd.(Saillant detail: Bobby Beausoleil, die de muziek componeerde voor Kenneth Angers’ cult klassieker “Lucifer Rising” sloot zich aan bij de Manson Family. Hij had ruzie gekregen met Anger en had het grootste gedeelte van de originele film in bezit. Het gerucht gaat dat de film in de woestijn, waar de Family hun kampement had opgeslagen, is begraven). Ook Lung Leg, een underground film-icoon, speelde in de clip van Death Valley 69, alsmede in films van Kern (I Killed You First).

Ook dichteres/zangeres Lydia Lunch was (en is) zowel in film als muziek te vinden; ze bracht albums uit (Oral Fixation, Queen of Siam) en ze werkte samen met Foetus op het de mijn ogen magistrale plaat YORK. Lunch maakte de film “Right Side Of my Brain” en speelde o.a. in “Black Box” van Beth B.

Het nummer “(0-0) Where Evil Dwells” van Wiseblood (Foetus en Roli Mosimann, de drummer van Swans) verwijst naar de gelijknamige film van transgressie-filmers David Wojnarowicz en Tommy Turner, over Ricky “The Acid King” Kasso, een 17-jarige scholier uit Northport,Long Island die in 1984 een leeftijdsgenoot vermoordde en vervolgens zei dat Satan hem daartoe had aangezet. Niet lang daarna pleegde hij zelfmoord in de gevangenis. Ook “Satan Is Boring” van Sonic Youth gaat over Kasso.

Terug naar Godflesh. Ontstaan uit de groep Fall Of Because brachten zij in 1989 hun eerste album “Streetcleaner” uit. De tracks op deze plaat (en de albums die daarop volgden) zijn apocalypisch, doordrenkt met nihilisme en frustratie (Een drummachine, die vooral tijdens de eerste platen dienst deed als ritmesectie, werd keurig gecredit als “drummer”. In het nummer “Perfect Skin Dub” (Slavestate, 1991) loopt de drumcomputer op een gegeven moment in en uit de maat; deze is iets te snel afgesteld).De langzaam dreinende gitaren maken de muziek intens en zwaar. Een soort van marteling. De sound van Godflesh herbergt invloeden van Brian Eno, Black Sabbath en Swans (een eeuwig terugkerend onderwerp; bands geïnspireerd door Swans braken door, dit in tegenstelling tot de Swans zelf. In een live chatsessie een paar jaar geleden met Swans voorman Michael Gira en (muzikale) partner Jarboe werden er ook herhaaldelijk vragen gesteld als: “Don’t you agree Godflesh ripped off your sound?” Gira reageerde niet op deze opmerkingen).

pure2.jpg

De eerste albums kocht ik devoot, de latere (vanaf 1996) boeien me minder. Dat komt omdat ik niet zo van metal hou en ik heb het gevoel dat de gitaren daar meer als rock-element aanwezig zijn. De eerst platen van Godflesh hebben iets ondefinieerbaars, iets machinaals gecombineerd met een zekere droefheid en menselijk falen. Dat is tegelijkertijd wat me zo fascineert aan het artwork van deze band; ze refereren aan films door stills in cd boekjes af te drukken en creëren zo een eigen universum, de beelden vormen een schijnbare eenheid terwijl ze bijelkaar zijn gezocht, een combinatie zijn van totaal verschillende rolprenten. Dat is wat snapshots doen; door hun vluchtigheid suggereren ze bijna automatisch een achterliggend verhaal.

Nadat ik “Meshes” had bekeken googlede ik met de zoekterm “Maya Deren Godflesh”. Hier is een complete pagina gewijd aan de verzameling beeldmateriaal in cd-boekjes en hoesjes van Godflesh.

De stills voor de cd-boekjes zijn bijna allemaal gefotografeerde tv-beelden (door de bandleden zelf. Ik ben er niet uit of dat nu onder de noemer ‘citeren’ valt; daarvoor leunt de opmaak teveel op de filmbeelden). Soms lijkt er ingezoomd; maar net als in “Lost Highway” van David Lynch waarin Fred een videotape afspeelt waarop het afgeslachte lichaam van zijn vrouw Renee wordt getoond, maakt inzoomen het onderwerp allen maar diffuser, complexer, onduidelijker. De grofkorrelige ontoereikendheid van het tv- scherm voegt iets toe aan de geleende beeldtaal van Godflesh. Technologie als kille vastlegger, emotie wordt onverschillig weggefilterd.

slavestate.jpg

Mano a mano

woensdag, juli 30th, 2008

 

Het zou nooit bij me zijn opgekomen. Maar wel bij m’n vrienden. En zo geschiedde; we gingen naar de bioscoop om aldaar The Dark Knight te aanschouwen. Ik ben nooit zo’n batmanfan geweest. Toen ik klein was probeerde ik het met niet aflatend geduld het Batmanlogo na te tekenen. Dat viel nog niet mee. In The Dark Knight zag ik dat het logo inmiddels gestileerd is.

 

Maar deze Batmanfilm vond ik een echte thrillride. Dicht op de huid gefilmd, duister. Slate noemt het pop Nietszchean gloom.

 

Op Slate.com staat momenteel een interessant stuk over de evolutie van vechtscènes in film, met The Dark Knight als inleiding. De link onderaan in het artikel leidt je naar de opbouw van verschillende vechtscènes (Raging Bull, The Big Country, Return of the Dragon). 

 

Stilistisch gezien is The Dark Knight prachtig. Praktisch gezien vind ik het een wonder dat de cape van Batman nooit in het wiel van zijn motor verstrikt raakt. 

 

SATC

maandag, juni 30th, 2008

 

 

Sex and the City. Pumps, mannen en manhattan-cocktails. Dat is zo’n beetje waar het leven van een vrouw om draait. En ik kan het weten want ik ben er zelf één. Op een soort van meta-niveau zit ik in een alleraardigste achtertuin in Haarlem dit stukje over Sex and the City op mijn Macbook te tikken. Aangezien je Haarlem wel met bijv. BoCoCa of een hip stukje Williamsburg zou kunnen vergelijken (met al die golf- en hockeywinkels die ik al ben tegengekomen ontkom je niet aan een snufje suburb à la Westchester) zit ik natuurlijk niet aan de goede kant van de brug. Of afsluitdijk in dit geval, aangezien Thurston Moore vindt dat Groningen het New York van Nederland is. Ik geloof alles wat Thurston Moore zegt.

Maar ik dwaal af.

Ik ben, samen met een aantal dames, hier in ‘t haerlemse naar de bioscoop geweest om de Sex and the City film te kijken. De lobby stond vol met vrouwen en meisjes die hetzelfde plan hadden opgevat. Er waren zowaar een paar mannen aanwezig (die trouwens het hardste lachten om de slechte grappen tijdens de film. Een guilty pleasure waarschijnlijk).

Voor mij was het dat ook een beetje; 60% guilty pleasure, 40% oprecht genieten. Deze percentages zijn gebaseerd op het in het verleden behaalde resultaten en bieden geen garanties voor de toekomst. Dat verleden speelde zich af in 2001 toen ik, vers afgestudeerd, met het oog op mijn cosmopolitisme (ik deed de lifestyle test die de Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers mij toestuurde. De uitslag: cosmopoliet) mij elke week voor de tv installeerde gekleed in een (roze!) badjas en met een martini compleet met olijf. De hele flikkerse boel zegmaar. Om Sex and the City te kijken. Want hoewel ik de schoenenfetish en andere aanstellerigheden in de serie werkelijk tenenkrommend vind, kan zelfs mijn kleine zwarte cynische hart het viertal niet weerstaan.

De film voelde met zijn 140 minuten aan als een SATC mini-marathon. Op een gegeven moment wordt het allemaal wel erg clichématig; de southern ‘big mama’ uit het Zuiden (Kritiek op de sitcom Seinfled was dat er, ondacks het feit dat de serie zich afspeelde in New York, zo weinig diversiteit was qua huidskleur. Ik kan me voorstellen dat het zelfde opgaat voor Sex and the City) die orde op zaken komt stellen nadat Carrie emotioneel gevloerd is, de hele ‘love conquers all’ shizzle, het emotionele-vriendinnen-helpen-elkaar-en-zijn-elkaar-zo-dankbaar-dat-ze- ontroerd-een-beetje-huilen ding. Mijn cynisme speelt mij dan toch teveel parten en vind ik Faustrecht der Freiheit een betere portretting van intermenselijke relaties. Tja, je kunt de nuchtere Fries uit Friesland halen, maar het nuchtere Friesland blijkbaar niet uit de betreffende nuchtere Fries.

De grappigste momenten: Charlotte schijt in haar broek en de redactrice van de glossy waarin Carrie als bruid geportretteerd zal worden stelt dat de leeftijd van 40 de limit is waarin een vrouw zich nog in een bruidsjapon kan hijsen. Want op je 50e in een trouwjurk? Not without a Diane Arbus caption!

Oordeel: amusant. Gewoon gaan voor de experience en niet voor de sociale relevantie ofzo. Het is nou eenmaal geen Fassbinder.

 

nmlk2-copy.jpg

 

Silencio

woensdag, augustus 1st, 2007

Laatst keek ik de film Mulholland Drive voor de tweede keer, de film werd op tv uitgezonden. Voorwaar geen gemakkelijke kost, maar als Lynch-fan weet je waar je aan begint.

De film bevat een aantal huiveringwekkende scènes. Eén ervan vind ik erg griezelig, daar het over een droom gaat die erg veel lijkt op nachtmerries die ik ook wel eens heb. De scène begint in een diner, Winkie’s genaamd, alwaar ene Dan met zijn collega (of vriend?) Herb gaat ontbijten. Het blijkt dat Dan nachtmerries heeft gehad die zich in deze setting afspeelden. Terwijl hij de droom aan Herb uit de doeken doet zie je hem steeds banger worden. Reden voor deze angst is de aanwezigheid van een zonderlinge figuur achter het etablissement. “He’s the one that’s doing it, zegt Dan, terwijl zweetdruppels zich op zijn voorhoofd beginnen af te tekenen. Hij hoopt deze persoon nooit buiten zijn dromen tegen te komen.


De climax wordt bereikt wanneer Herb Dan aanmoedigt een kijkje achter Winkie’s te gaan nemen. De daaropvolgende beelden gaan gepaard met een onheilspellend geluid. De camera laat ons door de ogen van de getormenteerde Dan kijken, die nauwelijks zijn hoofd om de hoek van een muurtje durft te steken, doodsbang voor wat hij zal aantreffen. Lynch stelt de climax doeltreffend uit, en net wanneer je de greep op je stoelleuning laat verslappen, zodat het bloed weer in je handen kan stromen, schuift er een afgrijselijk persoon het beeld in die je de stuipen op het lijf jaagt. Dat vind ik echt pure horror, dat een filmmaker een scène bedenkt die je bijna letterlijk in je droom hebt zien voorbijtrekken.
De schrik is zó groot voor Dan, dat hij ter aarde stort. Herb komt hem te hulp, verbijsterd door hetgeen hij net heeft gezien. De man achter Winkie’s schuift met een vloeiende beweging terug achter de muur. Einde.

Deze scène en ook de teneur van Mulholland Drive in zijn geheel deed me denken aan een schilderij van James Rosenquist, Rainbow (1961). Rosenquist’s werk behoort tot de Pop Art en is vaak ‘glad’, zonder ‘handschrift’ zijn schilderijen bevatten geen zichtbare verfstreken, zoals dat traditioneel gebruikelijk was; aan de touch kon je het handschrift, de eigenheid van een kunstenaar herkennen. Het reliëf dat de verf op het doek vormde maakte het schilderij persoonlijk, een uniek kunstwerk. De Pop Art haalde dat gegeven onderuit. Rosenquist was reclameschilder geweest, en had hoog boven Manhattan en Brooklyn billboards geverfd. Zijn kunst speelde met de beeldtaal zoals die in de reclame werd toegepast. Zijn doeken zijn vervreemdend, ongemakkelijk.


Deze twee termen zijn ook van toepassing op Rainbow. Het werk is samengesteld uit prefab materialen en verf. Het is volgens mij niet één van Rosenquists bekendste werken; ik heb het nooit ergens anders afgedrukt gezien dan in het boek Pop Art, samensgesteld door Tilman Osterwold, uitgegeven door Taschen. Osterwold schrijft over Rainbow:

De regenboog, voorheen het optimistische symbool van zuiverheid en succes, vooruitgang en vrijheid, vloeit melancholisch vanuit een gebroken raam over een buitenmuur en druipt, onder een aggressief uitziende vork, de leegte in. Hier wordt de regenboog gepresenteerd als een door chaos bedreigd symbool, van maatschappelijke en huiselijke orde. De gewrongen compositie en formele eenvoud van het werk tonen hoe de mens zelfs de brokstukken van zijn dromen opsmukt.

Dit werk overlapt de motieven in de films van David Lynch. Chaos bedreigt orde, mensen raken verstrikt in hun eigen dromen, en hoe glamoureus de buitenkant soms ook lijkt, binnen schreeuwt de leegte. Rosenquists schilderij is de achterkant van Mulholland Drive, dit is wat je ziet als je je hoofd om de hoek van de muur steekt. Dit is waar die akelige figuur achter Winkie’s woont.

Het werk is niet oogstrelend, maar wanneer je er langer naar kijkt dringt zich een bepaalde schoonheid op; de schoonheid van het lelijke. Het werk is niet alleen wat je ziet, het is ook wat je niet ziet. Doordat er zo is ingezoomd op het raam en de muur, vraag je je af wat er verderop te zien is. Rainbow bevat een droefheid, iets melancholisch.
Aan de achterkant van een vijfsterrenrestaurant met een prachtige façade zou je dit best eens aan kunnen treffen. Hier dineren de down and out folks.

Mulholland Drive speelt zich af in Los Angeles, city of Angels. Het is een glamoureuze stad waar alles larger than life is, maar als je daar doorheen prikt zie je het andere gezicht van deze metropool; bende-oorlogen die worden aangewakkerd door rassenhaat in de almaar uitpuilende gevangenissen, vastgoedmagnaten die geen oog hebben voor sociaal kapitaal en hele buurten platgooien voor de zoveelste glimmende wolkenkrabber. Een burgemeester die de boel bijelkaar moet houden, maar het is hij de juiste man op de juiste plek?

Het kapotte raam in Rainbow was een ongelukje; bij het vervoeren van het werk ging het stuk.
Rosenquist stond erop dat het raam niet werd vervangen. Het is exemplarisch voor de benadering van beeld door de kunstenaar; toevallige tegenstellingen in de visuele elementen die hij toepaste in zijn werk. Niet alles hoeft geregisseerd.